Afneembaar fietskrat

Afneembaar fietskrat

“Is ie van z’n geloof gevallen?” Dat zou zomaar een opmerking kunnen zijn van elke willekeurige persoon die me een beetje kent. Zij die me beter kennen, weten dat dit toch niet de kwestie is

Mijn fietskrattenhaat komt vooral voort uit de vraag om niet asociaal te zijn in de openbare ruimte. Die ruimte verschilt sterk. Een fietskrat in een fietsenrek in een drukke en krappe stad is rete-asociaal. Sommigen proberen de fiets-met-krat andersom in het rek te plaatsen. Dit is marginaal en levert weinig verbetering op. Anderen parkeren helemaal niet in het rek, en dat levert ook vaak onwenselijke situaties op. Conclusie: een geparkeerde fiets-met-krat-in-de-stad is aso. En dat terwijl zo’n ding soms echt heel handig is. 

Lange tijd zocht ik naar praktische, minder ruimtevretende de oplossingen, maar die passen dan weer niet op mijn fiets. Of ze zijn ook onhandig. Fietstassen bijvoorbeeld, zeker de vaste versie, heel onhandig in een fietsenrek.

Vroeger, toen moeder-de-vrouw met een afneembare rieten mand voorop fietste… Heel praktisch. Helaas heb ik dus een rare fiets waar niets normaals oppast. Wel heb ik een aparte, maar wel smalle, voorbagagedrager. Zo past ie in ieder geval in een rek.

Dat laatste ding had ik al van alles mee geprobeerd. Plankje met spanbanden, elastieken een spin, you name it. Al vaker dacht ik: als je er nou gewoon wat op kunt zetten dat dan vastklikt en je er toch weer makkelijk af kunt halen? Mooie gedachten, nooit uitgevoerd. Tot nu.

De noodzaak steeds vaker vrij zware dingen vrij ver te vervoeren per fiets en de hoge temperaturen die het dragen van een rugtas nogal onprettig maken, zorgden voor een doorbraak in mijn persoonlijke impasse. Eerst een test met een bierkrat, bevestigd aan een houten stellage die precies over mijn bagagedragertje past. Herinneringen aan een geel dingetje, ooit door Heineken uitgegeven toen kratten nog geel waren, die je op je bagagedrager kon zetten zodat je je bierkrat achterop kon zetten kwamen bij me op. Geen idee waarom dat niet meer bestaat trouwens. Maar goed, terug naar míjn kratsysteem. 

Nodig: een decoupeerzaag, schroeven, de benodigde schroevendraaier en wat creativiteit. Een oude Workmate als werkbank was ook praktisch.

Ideaal om zware meuk te vervoeren

Het functioneerde uitstekend! Eerst had ik nog het idee om het oude verweerde bierkrat te ontdoen van de afzonderlijke vakken voor de 24 pijpjes bier, maar dat leek me toch net onhandig. Bovendien zouden de gaten in de bodem veel te groot zijn. Toen gebeurde het: ik kocht een fietskrat, speciaal daarvoor gemarket bij de lokale fietsenwinkel.  Detail: er past precies, heel praktisch, een bierkrat in. 

Vervolgens monteerde ik het krat op het houten onderstel dat zijn nut al bewezen had bij het pilskrat en… nu heb ik dus een makkelijk afneembaar krat waardoor geen fietsenrekken worden geteisterd met weer een nieuwe ruimtevreter erbij in de buurt.

En het moet gezegd: wat ontzettend handig zo’n ding! Nu nog dit de standaard maken: smalle voorbagagedrager, anders zet het nog steeds geen zoden aan de dijk, en afneembaar krat!

(Het leverde me ook ooit een ‘laatste woord’ in het Parool op:
Tijd voor een handige stadsfiets

Het elektrische-fiets-wel-of-niet-dilemma

Het elektrische-fiets-wel-of-niet-dilemma

De stad zonder fiets kan ik mij niet voorstellen. Je bent in no-time van A naar B. Bijna alles is onder de twintig minuten te fietsen en je past overal tussendoor. Dit betekent dat ik vrijwel elke dag in totaal minstens zo’n dertig tot veertig minuten fiets, iets tussen de vijf en acht kilometer per ritje, dus dat maal twee. Dat doe ik vrij rap op een stadsfiets-met-terugtraprem-maar-wel-met-snel-verzet (ik meen 15 in plaats van 16 tandjes achter, dan ga je nét iets sneller dan de rest). Ander voordeel is dat ik niet van sport hou en daar dus praktisch niet aan hoef te denken, fietsen en een verder vrij actieve levensstijl doet zijn werk.

Soms fiets ik verder. Binnen de ring van Amsterdam, maar wel bijna de maximale afstand. Zo’n veertig minuten enkele reis, 35 met alle stoplichten op groen en wind in de rug. Eigenlijk net niet prettig met een versnellingsloze stadsfiets, zeker als je ook nog te veel spullen meesleept op je rug en een onhandig opgehangen tas aan je stuur. Het is niet onoverkomelijk voor een keertje, maar als het dan een paar keer per week wordt. Twijfel. Als het ook nog stevig waait, dan is de lol er snel af.

“Neem een elektrische fiets” zeggen mensen dan. Vaak heb ik eraan getwijfeld, tot ik onlangs vijf minuten op zo’n ding zat. Dat ging wel heel erg makkelijk… zoefvvv… en je bent de brug op. De tegenwind lijkt niet te bestaan. Geniaal. Heerlijk zou ik het zelfs willen noemen. Het gemak. Je ziet jezelf probleemloos 30 kilometer fietsen naar oorden waar je anders OV of een auto naartoe zou nemen. Aan de andere kant doe ik dat net zo makkelijk op de racefiets, die heeft alleen weer andere nadelen. 

Beweeg je eigenlijk wel met zo’n elektrisch apparaat? Daar ben ik nog steeds niet helemaal uit. Sommige ervaren e-bike-berijders zeggen dat het er inderdaad voor zorgt dat je alsnog naar de sportschool moet. Anderen zeggen dat je de trapondersteuning gewoon niet zo hoog moet zetten. Allen zijn het er wel over eens: je beweegt minder. 

Een bijna duivels dilemma, al is het vooral een luxeprobleem. En geld, gratis zijn ze over het algemeen niet.

Hoog tijd eens bij een fietsenmaker naar binnen te stappen, gespecialiseerd in elektrische fietsen en prachtige supersnelle ‘gewone’ fietsen. “Moet ie altijd buiten staan?” vraagt hij, om vervolgens zelf het antwoord al te geven. “Ja zeker hè.”

“Eh, ja inderdaad”, antwoord ik. “Even naar boven tillen is geen optie, behalve als je een keer langer weg bent misschien.” Ik ken mensen in huizen met tuinen en zo, die hebben dan én een racefiets én een gewone fiets (vaak met versnellingen) én een elektrische voor de lange afstand naar de stad of wat dan ook. Dat is voor mij als stadsbewoner op 3-hoog toch anders. Eens in de zoveel tijd sleep ik, niet geheel van harte, mijn racefiets naar beneden. De man van de fietsenwinkel is duidelijk: “Elektrische fietsen zijn niet heel goed in altijd buiten staan. Eigenlijk zijn ze daar niet voor gemaakt.” Ook niet echt een aanbeveling. Ik opper nog Vanmoof, de fiets die ik in de 2011-versie nog steeds rij zonder elektrieke hulpmotor. Die vindt hij eigenlijk maar niks, al worden ze wel langzaam een stukje beter volgens hem. Vooral mijn fiets is totaal uit verhouding. Tja, klopt ook wel, mijn houding is wel wat krommig. Als ik op een fiets zou fietsen met versnellingen en een goede houding, zou ik volgens hem ook helemaal geen elektrische ondersteuning nodig hebben. Omdat ik soms racefiets, weet ik dat dit zomaar eens waar zou kunnen zijn.

Stel, ik zou een tweede fiets overwegen, elektrisch of sport-zonder-elektromotor,dan moet die ook beneden in het rek. Naast de vraag: ‘houdt ie het dan ook jaren uit’? Is het ook een beetje aso, het is hier immers nogal vol in de rekken, tel daar een paar van die onuitstaanbare fietskratten bij op en er past geen fiets meer bij. Dan de gewone stadsfiets eruit? eh, nee, liever niet. En ook steeds dat zeurende stemmetje in mijn achterhoofd over die onontbeerlijke beweging waardoor ik niet hoef te sporten. Een bijna calvinistische luiheidsangst grijpt me aan. Lastig, ik ben van alles, maar religieus kun je me niet noemen. 

Misschien moet ik het probleem anders bekijken. Benoem waar het om gaat: langeafstandsvervoer per fiets binnen de ring van Amsterdam. Dit betekent: vrijwel alleen maar stadswegen, geen lange afstanden waar je goed kunt doortrappen. Veel slecht wegdek, veel wegafsluitingen, veel hobbels. Misschien wel ideaal met een e-bike in verband met optrekken. Een paar kilometer is wel goed genoeg voor hogere snelheid, maar is dat voldoende? Wat rechtvaardigt dat ik een batterij voor mijn gemak moet laten maken om daarmee iets lichter vooruit te komen dan nu? Draag ik zelf niet ineens bij aan iets waar ik een beetje een hekel aan heb? Die vermaledijde snelle e-bikers met als summum-van-haat mijnerzijds de fatbikes? Is er niet een betere oplossing? Gewoon een goede fiets mét versnellingen? Dan blijf je ongemerkt aan je conditie wekken en zul je waarschijnlijk comfortabeler fietsen dan ik nu doe op die 12 jaar oude Vanmoof met enkel (maar snel) verzet.

Inmiddels weer het voorbagagedragertje erop gezet, geheel vergeten dat die nog ergens lag

Begrijp me overigens niet verkeerd, ik denk dat op veel plekken in de wereld e-bikes ideaal zijn. Toen ik in San Francisco ooit op een motorloze huurfiets die bergen in die stad op probeerde te fietsen begreep ik dat mensen op veel plekken op deze wereld echt pas gaan fietsen als ze trapondersteuning hebben. Stuk beter dan de auto. Maar die gebruik ik nu ook al niet voor ritten binnen de stad (daarbuiten ook nauwelijks trouwens).

Lijkt het er nu op dat ik mijzelf toch naar een volledig door menskracht voortbewogen fiets toe beredeneerd heb? Je zou het eigenlijk gewoon eens willen proberen, maar ik zie niet helemaal gebeuren dat ik even een paar fietsen voor de deur zet om dat ook daadwerkelijk te doen. Fietstests van organisaties als de ANWB en Consumentenbond lijken zich alleen maar te richten op oude van dagen, dus daar heb je ook niks aan. Wat wil ik eigenlijk? Oh ja, daar begon ik mee. Ik wil: blijven bewegen en toch comfortabeler fietsen. Daarnaast wil ik ook met minder problemen veel meuk meeslepen, zonder dat je een bakfiets nodig hebt. Maar een fietskrat is uit den boze omdat het een ruimtevreter is in de stad. Een rugtas is prima, maar als het warm is zweet je je de pleuris. Het idee van die ouwe Vanmooffiets van mij was ooit dat het een perfecte stadsfiets zou zijn, nou ja, aangezien ik hem al bijna 12 jaar gebruik laat wel zien dat ie dat wel is. Toch zou ik opteren voor een nieuw soort stadsfiets, eentje die nét iets meer kan maar wel in elk fietsenrek past. Zelf ontwerpen dan maar?

Gamification van lezen

Gamification van lezen

Mijn eerste en vooralsnog enige e-booklezer kocht ik in juli 2013. Het apparaat doet het nog steeds en krijgt zelfs nog regelmatig updates. Wel brak ooit het palletje af om het ding überhaupt aan te zetten, maar een identieke, afgedankte kapotte loste dit probleem op. De mijne, met wat kleine transplantaties, doet het dus nog. En ja, ik was er snel erg blij mee, zeker voor romans. Voor studiemateriaal is het niet handig: ik wil aantekeningen kunnen maken en makkelijk heen en weer bladeren. Eigenlijk wint papier daar nog steeds, al doet het digitale aantekeningenboekje in de vorm van een tablet met e-inkscherm en tekenfunctionaliteit het zeker niet onaardig. Je zou dat ding overigens ook als e-booklezer kunnen bestempelen, maar ik hou werk en plezier liever gescheiden.

Toch is er één ding waar ik nooit helemaal van weet los te komen: de gamification die door de fabrikant van de e-booklezer is toegevoegd. In het begin kon je allerlei badges winnen. Nou is dat gelukkig snel over, maar de statistieke blijven. Leesstatistieken. Hoe lang je gemiddeld leest, hoeveel pagina’s per minuut, de gemiddelde duur van een ‘sessie’, het aantal gelezen uren, het percentage van de boeken die je in je lokale bibliotheek hebt zitten op je e-reader die je ook hebt uitgelezen en uiteraard het totaal aantal leesuren. Heel vermoeiend eigenlijk.

Het is natuurlijk een banaal probleem dat niet veel anders doet dan een stukje leesplezier weghalen. Uiteindelijk heeft best lang geduurd voordat ik niet meer bezig was met strijden tegen mijzelf: sneller lezen, meer lezen, dat soort dingen. Altijd de e-reader op stand-by zetten als je ook maar een minuut wegloopt om iets sufs te doen als naar de wc gaan. Altijd maar die stress om misschien te langzaam te gaan lezen, terwijl het volstrekt oninteressant is.

Inmiddels heb ik er geen echte last meer van, maar het blijft zeuren in je achterhoofd. Een constante competitie met jezelf.

De vraag is wanneer het ook een competitie met anderen wordt? Dat is het natuurlijk al, mensen die elke week een boek gelezen moeten hebben. Waarom? Het mag, echt, je mag er ook twee per week of nog meer. Of geen.

Op den duur wordt het misschien een heel andere competitie. Als het geen spel in de vorm van gamification meer is, maar werk. Elke bladzij die je leest een fractie van een cent verdienen. Elk hoofdstuk een stuiver, zoiets. Het zou toch jammer zijn.

Bomen in Amsterdam

Bomen in Amsterdam

Een van de leukere ontdekkingen die ik de afgelopen tijd deed, was de online kaartfunctie van de gemeente Amsterdam. En nee, ’s lands hoofdstad is niet de enige met zo’n systeem, maar ik woon er nou eenmaal.

Van al die verschillende interessantere kaarten is de bomenkaart op dit moment voor mij het interessantst, ik wandel immers heel wat af. Praktisch elke boom op gemeentegrond is opgetekend in dit systeem met Nederlandse boomnaam, boomnummer, soortnaam, boomtype, boomhoogte, plantjaar, eigenaar en beheerder.

De kaart is te vinden op maps.amsterdam.nl/bomen en zo leer je al snel dat er niet een soort iep in de stad staat, maar heel wat verschillende soorten. In de buurt van mijn kantoor aan de Wibaustraat vinden we al de gewone iep, Hollandse iep, veldiep en Huntindon-iep. Maar ook de gewone plataan, kersen, zomereiken, dubbelbloemige paardenkastanjes, lijsterbessen, Canadese populieren, gewone esdoorns, valse acacia’s. Nou ja, ga zo maar door.

De oude begraafplaats Huis te Vraag vlakbij de Schinkel blijkt ook een verzamelplaats van meer dan overgroeide grafstenen. De vele verschillende kleuren stippen laten al duidelijk zien dat de verscheidenheid aan begroeiing groot is. Niet alleen dubbelbloemige paardenkastanjes, maar ook een witte paardenkastanje, ruwe, papier-, en zachte berk (ik had geen idee van het verschil), taxus’, beuken bruin en groen, lindes. Veel.

Locatie Huis te Vraag, bron: maps.amsterdam.nl

De gemeente heeft uiteraard ook een eigen verhaal. 270.000 bomen staan geregistreerd dus lang niet alles. Het Amsterdamse Bos staat in de Gemeente Amstelveen, dus daar zijn niet alle 150.000 bomen geregistreerd, al zijn de bomen wel weer van Amsterdam. In totaal schat de gemeente dat er één boom per inwoner is.

Rondstruinen met die kaartfunctie op je mobiel maakt ook je directe leefomgeving weer een stukje interessanter. :)

Wibautpark, links dubbelbloemige paardenkastantje, midden is onbekend en rechts een zomereik
“Take off head phones”

“Take off head phones”

Zaterdag veertien maart 2020, hardloopschoenen aan, shorts, oud windjack, 1GB grote iRiver-mp3-speler in de zak, oortelefoontjes, geen telefoon, sleutels en gaan. Rennen, een stukje van heen en weer zo’n 4,8 kilometer langs het Jaagpad, onder de A10 Ring Zuid door langs het Nieuwe Meer tot een punt waar nu narcissen groeien aan de waterkant en dan weer terug. ‘Uit de Nieuwe Wereld’ van Dvořák speelt. Rent lekker, fijne cadens. Dan weer opzwepend en dan weer rust. Gedachteloos ren ik langs de woonboten, hou de sluis links, de ochtendzon schijnt nog onder het viaduct door en dan is daar ruimte, het donkere water dat de blauwe lucht reflecteert. Een enkele gans die kort gras graast. Graast een gans? Steeds iets verder. Langs enkele straatlantaarns het voetpad parallel aan het water op. Hier geen straatverlichting meer, maar dat is ook niet meer nodig nu het al vroeg licht wordt.

In een stiller stuk van de Dvořáks meesterwerk valt mij ineens op dat de vogels fluiten, en niet zo’n beetje ook. Kwinkelerende meesjes, roepen van vogels die ik niet thuis kan brengen, klepperende spechten. Spreeuwen die over de door en door vochtige grond van het Jaagpadbos hippen, af en toe hun snavel in de grond stekend. Het hele stuk hang ik de oortjes om mijn nek, niet meer terug in mijn gehoorgangen. De terugweg neem ik door het bos zelf, het valt nog mee. Het pad is vochtig, maar niet té nat. Vogels schrikken af en toe op en laten duidelijk merken dat er iets rondloopt dat er niet hoort, zo’n grote donkergele kanarie, de kleur van het Agu-windjack. Het laatste stukje bos is meer plas dan pad, maar er is een olifantenpaadje omheen.

Terug bij de straatlantaarns valt me iets op. Op vier van de zeven straatlantaarns voor je weer onder het viaduct doorgaat, zit iets. Letters. Het idee zal zijn dat als ze aanstaan, dat ze de letters op de grond projecteren, althans, dat vermoed ik. Het laatste woord, zal ik later begrijpen, is ‘phones’ op de paal het dichtst bij het Jaagpadbos. De volgende draagt ‘head’, de daaropvolgende ‘off’ en de laatste die eigenlijk de eerste is ’take’. Waarom het er staat weet ik niet, iets erover vinden kan ik niet. Ik interpreteer het als: luister eens naar de wereld om je heen. “Take off head phones”.

Geen telefoon meenemen is heel rustig, maar dan heb je ook geen camera mee. Het kan overigens ook een aanklacht zijn tegen de veelvuldig overvliegende vliegtuigen, al is het nu met SARS-CoV-2 een stuk rustiger.
De zuidelijke Citroëngarage aan het Stadionplein in Amsterdam, tegenwoordig Move Amsterdam (28 januari 2020)

Datahonger, ook als je ergens fysiek bent

28 januari, Grijs, wind, regen. Niet heel koud. Hoog tijd om de Move Amsterdam te bezoeken in de oudste van de twee recent gerenoveerde voormalige Citroëngarages aan het Stadionplein. Waarom? Omdat ik in de Amsterdam-editie van de NRC las dat het allemaal heel mooi opgeknapt is en ik er praktisch om de hoek woon. En natuurlijk omdat ik bezig ben met onderzoek naar mobiliteit in de stad.

Terwijl ik mijn fiets tegen een nietje zet, wordt ondertussen een felgroene Lamborghini uitgeladen om in de voormalige garage onderdeel van een tentoonstelling te worden. Pardon, experience.

Bij binnenkomst in Move zie je direct wat blikvangers. Een kunstwerk, of installatie, van Studio Drift dat eerder in het Stedelijk Museum hing en beweegt als een soort rog of platvis. Een tot bol gevormde oude VW Kever, een iconische Porsche, al weet ik het typenummer niet direct, een visueel niet bijster aantrekkelijk futuristisch karretje en een jongedame met iPad die me binnen gaat laten.

Of toch niet?

De experience is gratis toegankelijk, maar je moet wel je gegevens afstaan. “Als u even uw gegevens invult, krijgt u daarna een e-mail met het kaartje, maar die kunt u verwijderen, want u bent er al.”

Ik begin met het invullen van mijn voornaam in het daarvoor bedoelde veld, begin te twijfelen en vraag of het echt móet. De velden voor-, achternaam en e-mailadres zijn zelfs verplicht, zo duidt het rode sterretje in de rechterbovenhoek van de velden. Ik had natuurlijk naar hun AVG-implementatie moeten vragen, maar dat bedacht ik op dat moment niet.

Intussen was een grote deur opengegaan om de groene Lambo binnen te laten, of was het toch een Ferrari? Lastig voor mij als niet-kenner zonder het merkje aan de voorzijde te kunnen zien.

Intussen spoedde de baliemedewerkster zonder balie zich naar de balie, op zoek naar iemand met meer zeggenschap in het hiërarchisch systeem van de beveiliging. Toevallig komt een iets oudere mevrouw net aangelopen met een streepje meer op het revers. Dat is fijn, want bij de balie was niemand bij machte een uitspraak te doen over het voorval. De vriendelijke dame begroet mij, geheel volgens allerlei conventies, met vriendelijke blik en uitgestoken hand, die ik uiteraard beantwoord en schud.

Er is een compromis, geeft ze aan: ik schrijf mijn gegevens op een briefje dat weer verscheurd wordt als ik ga. Hoezo is dat nodig? vraag ik. Het gaat toch alleen om aantallen? Nee, de holding schrijft dat voor, er werken immers veel meer mensen in het gebouw.

Omdat ik soms heel erg statements moet maken, bedank ik en verlaat het pand zonder ooit zeker te weten of het nou inderdaad een Lambhorgini of Ferrari is die vlak na mijn weinig dramatische aftocht naar binnen gereden werd.

Eenmaal buiten gaat het stortregenen.

De zuidelijke Citroëngarage, tegenwoordig Move Amsterdam, aan het Stadionplein

* Uiteraard kom ik ooit terug, maar dan met een eigen kaartje, aangemaakt met een fake e-mailadres. ‘Ook Joost van den Vondel bezocht de experience!’

Uitstoot per vervoermiddel

Duurzame e-bike: contradictio in terminis?

Steeds vaker kom ik de term: ‘duurzaam’ in combinatie met ‘elektrische fiets’ of ‘e-bike’ tegen. Of nog mooier, de marketing-zin: ‘Groene Ecologische Fietstaxi’ waarin een elektromotor en accu verwerkt zitten. Inclusief zonnepaneel is het uiteraard nog groener. Maar toch.

Volgens mij zit het bij fietsen zo:

fiets: ecologisch, groen, duurzaam
e-bike: praktisch voor lange afstand, heel veel groener dan auto, motor of brommer. Ook de elektrische varianten daarvan door lager gewicht en minder materiaal

fietstaxi: ecologisch, groen, duurzaam*
elektrische fietstaxi: praktisch voor chauffeur, groener dan auto op brandstof en groener dan elektrische auto door laag gewicht en weinig materiaal*

Zie ook CO2-uitstootschema. Al is er natuurlijk een kanttekening te plaatsen bij zo’n schema. Het gaat ook om materiaalgebruik en daardoor veroorzaakt afval.

Technisch gezien zou de term omgedraaid moeten worden: fiets-zonder-elektromotor: duurzaam. E-bike bijna, maar net niet helemaal.

* Maar wel krap op het fietspad

** Terechte opmerking via Twitter: “OV-opties komen er wel bekaaid af in deze grafieken, omdat de CO2-uitstoot niet per persoon per km, maar alleen per km wordt weergegeven.” Maar het is dan ook een #kattebelletje en geen wetenschappelijk onderbouwd stuk onderzoeksjournalistiek. Slechts een signalering van bijzondere spins in het taalgebruik.