Cryptovaluta voor dummies 2de editie

Cryptovaluta voor dummies, vernieuwde versie

Hij was al een tijdje uit, maar officieel nog niet leverbaar (want eerst moest de vorige batch uitverkocht zijn). Inmiddels is ie er echt: de geüpdatete versie van Cryptovaluta voor dummies, de 2de editie. Hierin ook aandacht voor het Bitcoin Lightning-netwerk en hoe dat dan werkt met die nodes en die kanalen… Je hoeft het allemaal niet te weten om het te gebruiken, maar het is echt leuk!

Dan natuurlijk nog het stukje Web3 (of web 3.0) en NFT’s. In mijn ogen terecht verguisd de afgelopen tijd, want er werd weer veel te veel met dollartekens naar gekeken en niet over nagedacht. Het geluk van een zogenaamde ‘bear market’, de tijd dat de koers van aandelen of cryptovaluta laag staat, is dat er eindelijk weer rust is verder te ontwikkelen. Het grootste deel van de NFT-projecten van de afgelopen 2 jaar zal spoedig het afvoerputje vinden, maar er blijft altijd wat liggen dat uit kan groeien tot iets moois.

De tijd om je in te lezen is dus NU en niet als de markt weer oververhit raakt :)

Cryptovaluta voor dummies 2de editie
Nieuw boek: Ensie Crypto Encyclopedie

Nieuw boek: Ensie Crypto Encyclopedie

Cryptovaluta en aanverwante zaken komen vaak in het nieuws. Vaak klopt niet veel van de berichtgeving. Een fout is zo gemaakt. Het is ook lastig, zo’n nieuwe taal. Nieuwe woorden, andere ideeën. Voor zij die ingevoerd zijn en al jaren meelopen lijkt dit soms raar. Maar dingen hebben tijd nodig om te groeien. Weten we nog dat internet langzaam begon door te dringen tot het grote publiek na jaren een verborgen bestaan te hebben gehad binnen de muren van universiteiten? Een zin als ‘even een filmpje streamen’ had in 1995 vrijwel niemand begrepen. Het kon praktisch ook niet trouwens. Wat wel kon was een e-mail sturen of een webpagina bezoeken. Hoe moest je dat toen uitleggen aan leken? En ook gevorderde gebruikers raakten vaak met jargon in de knoop.

Uiteindelijk gaat het allemaal om taal. Taal leeft. Oude woorden raken in vergetelheid. Nieuwe termen verdringen ze soms onnodig. In geval van bitcoingerelateerde zaken gaat het om veel combinaties van oude(re) technieken en nieuwe toepassingen daarvan. Toepassingen die eerst niet buiten de kamers van cryptografen, speltheoreten en andere minder bekende onderzoeksgebieden kwamen. Daar was het jargon geen probleem. Dat veranderde. Nu ineens was het nodig om ingewikkelde termen te versimpelen voor het grote publiek met de nodige kleine en grote fouten in dergelijke hertalingen.

Daarom is een naslagwerk zo handig. Een encyclopedie zo u wilt. En ook nog eens heel mooi vormgegeven met harde kaft! En een woord vooraf door de in Nederland wereldberoemde gebroeders Slagter. Bert en Peter, dank!

Ook veel dank aan Viktor Baltus die de illustraties verzorgde en de prachtige uitwerking van de omslag met het verborgen bericht uit het eerste blok van de bitcoinblockchain, of het Genesis-blok. Dit kan natuurlijk niet zonder de hulp van iemand die het ook het boek zelf vormgeeft, Valerie Maas.

Als laatste de meelezers, onder andere van de Blockdam-groep, een Meetup-groep die wekelijks samenkomt in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Heren, ja, alleen heren, dank voor de geestelijke ondersteuning en het af en toe meelezen. Het echte meeleeswerk gebeurde uiteindelijk door Marnix Schoorel, een bekende uit de bitcoincommunity.

Een encyclopedie is een mooie vorm van kennisoverdracht. Het moet beknopt zijn en begrijpelijk. Ik hoop dat in ieder geval duidelijk is dat in de papieren versie ‘doorklikken’ werkt met behulp van cursieve woorden in de tekst: is een woord cursief? Dan is er een lemma van!

Zie je dingen waarvan je denkt waar je vraagtekens bij stelt? Laat het weten! Ondanks de zorgvuldige checks kan er wat zijn gemist.

Bestellen of kopen? Dat kan uiteraard via je lokale (offline) boekhandel of via uitgever Ensie.nl met (lightning) BTC!

Vrijwel gratis en supersnel: Lightning, de snelle laag  bovenop bitcoin

Vrijwel gratis en supersnel: Lightning, de snelle laag bovenop bitcoin

Dit artikel verscheen eerder op Tweakers

Het Lightning Network, of LN, boven op het bitcoinnetwerk is al jaren de grote belofte om transacties supersnel en praktisch gratis te maken. Inmiddels werkt het systeem al ruim twee jaar naar behoren. Voor de eindgebruiker moet het allemaal heel simpel zijn, maar achter de schermen is het zeer complex om een decentraal, trustless systeem te bouwen. We doken in de techniek achter Lightning. Wat is dat toch met dat decentrale netwerk van nodes dat door echte bitcoins wordt gebruikt boven op de robuuste, maar relatief trage bitcoinblockchain?

Vrijwel direct en bijna gratis

Het LN is een oplossing voor problemen waarmee het bitcoinnetwerk al vanaf het begin te maken heeft: traagheid, een laag maximaal transactievolume en de mogelijkheid van hoge transactiekosten. Dat laatste is afhankelijk van de drukte op het netwerk. Die traagheid van de bitcoinblockchain is er niet voor niets; het is een belangrijk onderdeel van de veiligheid van het systeem. Wil je een snellere blockchain? Kan, maar dan lever je in op veiligheid en foutmarges. Wil je grote blokken van een blockchain? Kan, maar dan lever je onder andere in op de mogelijkheid overal goedkoop en makkelijk nodes te draaien om het netwerk decentraal te houden. We willen hier geen discussie over blokgrootten beginnen, maar in 2017 waren velen het erover eens dat er iets moest gebeuren om snellere, goedkopere en tegelijk kleinere transacties beter te faciliteren. Dit werd later dat jaar mogelijk door de toevoeging van segregated witness, of segwit, aan het bitcoinprotocol.

Transactiefees van ethereum en bitcoin op txstreet.com, visualisatie waarbij transacties als figuurtjes worden voorgesteld en de blokken als bussen die volgeladen worden. Screenshot d.d 4 januari 2022

Segwit kwam niet uit het niets en was al jaren in ontwikkeling. Parallel daaraan werd het LN ontwikkeld naar aanleiding van een whitepaper die in februari 2015 uitkwam. Inmiddels zijn twee Lightning-implementaties leidend: Lightning Labs’ LND-implementatie en Blockstreams c-Lightning-implementatie, maar er zijn meer communityprojecten. Ons verhaal gaat over de basis van Lightning en hoe het werkt.

In de basis werkt Lightning door een peer-to-peernetwerk van betaalkanalen op te zetten in de vorm van smart contracts op de bitcoinblockchain, samen met een communicatieprotocol dat bepaalt hoe deelnemers deze smart contracts moeten opzetten en uitvoeren, schrijft Andreas Antonopoulos in Mastering the Lightning Network. Eigenlijk zet je een tijdelijk transactieboekje op, gekoppeld aan een ander tijdelijk transactieboekje. Dit doe je door een 2-uit-2-multisignaturetransactie uit te voeren vanaf een Lightning-node en daarmee bitcoins of een stukje daarvan in een kanaal vast te zetten met een andere node. Dit betekent simpelweg dat jij de ene sleutel hebt en de kanaalpartner de andere.

Laten we voor het gemak met 1 miljoen satoshi rekenen. 1 satoshi of sat is een honderd miljoenste bitcoin, de kleinste hoeveelheid bitcoin die er is. Je hebt je 1 miljoen sats vastgezet in je kanaal. Om dat te doen, heb je in feite een gewone bitcointransactie uitgevoerd van bitcoinadres A naar een nieuw bitcoinadres B van je multisignaturetransactie. Het verschil is dat die 1 miljoen satoshi niet meer direct op de bitcoinblockchain ‘vaststaat’, maar net zo lang heen en weer geschoven kan worden met behulp van een hash time locked contract, of htlc, in een kanaal totdat het kanaal gesloten wordt. Ofwel: totdat de transactie wordt teruggehaald naar de basis van het netwerk: de bitcoinblockchain.

Stel, je hebt 500.000 sats overgemaakt naar iemand met wie je een kanaal opende. Dan heb je nu 500.000 sats minder. Als het kanaal gesloten wordt, worden de off-chaintransacties gesloten en gesetteld op 500.000 voor jou op een nieuw bitcoinadres en, ervan uitgaande dat de ander ook 1 miljoen had vastgezet, 1,5 miljoen voor de ander.

Dat klinkt leuk, maar je had toch ook gewoon die 500.000 sats on-chain kunnen overmaken naar die ander? Klopt. Alleen dan had de transactie tenminste tien minuten geduurd voordat er één bevestiging binnen was. Omdat iemand in de tussentijd nog kan zorgen voor het terughalen van het geld, moet je daar eigenlijk op wachten, al is dat voor kleine bedragen erg omslachtig. Daarnaast kan het druk zijn op het netwerk en betaal je ineens 10.000 sats om de transactie snel te laten doorgaan. Of je betaalt te weinig en dan moet je misschien wel dagen of weken wachten voordat de transactie rond is.

Daar ben je bij het bijzondere van het LN; zolang je je kanaal met de ander niet sluit, kun je oneindig bedragen heen en weer sturen tegen geen of zeer lage kosten. Het enige dat je steeds doet, is opnieuw een transactie aanmaken en tekenen in zo’n htlc met behulp van je geheime sleutel. Aanmaken en tekenen. Aanmaken en tekenen.

Je kunt een Lightning-kanaal vergelijken met een bar, waar je met de barvrouw een kanaal opent van zeg 50 euro. Bij elke besteding updaten jij en zij de rekening off-chain. Als je vertrekt, gaat de laatste versie van de rekening naar de blockchain. Als je dit in het echt zou doen, zou dit betekenen dat je steeds met iemand een kanaal moet openen en dat openen gaat met die multisig-transactie die… weer on-chain uitgevoerd moet worden, wat dus tenminste tien minuten kan duren en ook nog eens extra transactiekosten met zich meebrengt. Dat wil je dus eigenlijk niet.

Als je niet sluit, ontstaat vanzelf een netwerk van allerlei nodes die met elkaar in contact staan. Het blijkt dus wonderwel te werken als je een groot netwerk hebt waarin iedereen elkaar min of meer kent, of in ieder geval kan vinden, en niemand zijn kanalen met anderen sluit. Dan kun je constant waarde heen en weer schuiven tussen al die kanalen tegen geen of heel lage transactiekosten en vrijwel zonder wachttijd. Iedereen laat zijn kanalen openstaan en leert door gossip op het netwerk welke nodes met wie verbonden zijn. Door de gossip op het netwerk weten nodes routes te verzinnen naar het gekozen eindpunt van de betaling.

De deelnemers in het netwerk houden hun kanalen dus open en het geld wordt via die kanalen heen en weer gestuurd. Als er een transactie langskomt, wordt die met behulp van een htlc eerst vastgezet, totdat de hele cyclus is afgerond. Dan wordt het transactieboekje aan beide kanten van het kanaal geüpdatet met de laatste transactie.

Wat er eigenlijk gebeurt: de gebruiker gaat een rekening, of invoice, betalen. Daarin staat allerlei informatie, bijvoorbeeld over specifieke onderdelen van de route. Na het activeren van de betaling gaat het systeem de kortste en goedkoopste route zoeken naar de tijdelijke invoice. Vervolgens is bekend hoeveel de hele route kost in satoshi’s of zelfs millisatoshi’s. Het hele te betalen bedrag en de transactiekosten worden meegestuurd en op elk onderdeel van de route wordt tijdelijk een htlc vastgezet. Als het hele bedrag aan het eind is, kan die node de betaling claimen doordat hij de juiste sleutel heeft: secret R in het plaatje. Dan gaat er informatie terug, worden de htlc’s afgerond en zijn de waarden in de kanalen verschoven. Bij die verschuivingen blijft de totale waarde van de routingnodes gelijk, alleen de waarde in de kanalen schuift heen en weer. Alleen de eerste en de laatste nodes krijgen daadwerkelijk een andere balans.

Het systeem zorgt ervoor dat niemand elkaar hoeft te kennen om toch betalingen uit te kunnen voeren op een veilige manier binnen een decentraal meshnetwerk.

Voorbeeld van een betalingsroute door een LN waarbij Alice 1,003 btc verstuurt naar Eric en elke node 0,001 btc inhoudt als kosten. Bron: Mastering Bitcoin, Andreas Antonopoulos, CC BY-SA 4.0

Toch blijven er nog heel wat vragen staan bij zo’n simplistische voorstelling van het LN. Om daar meer over te weten, spraken we met Joost Jager, onafhankelijk Lightning-ontwikkelaar. “Dat barvoorbeeld met die 50 euro is mooi, elke partij kan de laatste transactie pakken, naar de blockchain gaan en dan het geld eruit halen waar ze recht op heeft.”

Dat kan ook als een van beide partijen verdwijnt, legt hij uit. “Iedereen kan op de blockchain settelen wanneer hij wil. Je kunt wel zonder te betalen weglopen uit de bar, maar dan kan de barman alsnog met de laatste versie van de transactie het tegoed opeisen.” Maar wat als iemand dan met een oudere versie van het transactieboekje naar de blockchain gaat waarin hij meer geld aan zijn kant van het kanaal heeft staan? Jager. “Dan, en dat is het geniale van Lightning, verliest de partij die valsspeelt zijn hele tegoed in dat kanaal. Ze eindigen op nul. Deze penalty zorgt ervoor dat beide partijen eerlijk blijven handelen. Dit geeft het vertrouwen om niet steeds naar de blockchain terug te moeten gaan.” Door deze eigenschappen hoeven mensen hun kanalen dus niet te sluiten en ontstaat er echt een netwerk, waardoor je geen directe kanalen hoeft te hebben met de uiteindelijke ontvanger.

Het hele systeem werkt op simpele hardware, zoals een Raspberry Pi. Dat maakt het aan de ene kant heel bereikbaar, maar vraagt op dit moment nog best een aardige investering aan kennis en wellicht ook geld dat de gebruiker in de node wil vastzetten. Jager: “Er zijn groepen mensen die hobbymatig zelf thuis Lightning-nodes draaien. Dat is natuurlijk fantastisch, maar je moet niet onderschatten wat erbij komt kijken om een routingnode succesvol te maken. Dat is echt een vak apart. De kanalen moeten bijvoorbeeld actief onderhouden worden en ook is het belangrijk om verbindingen te hebben met strategische nodes op het netwerk. Routingnodes beginnen professioneler en groter te worden. Achter sommige van deze nodes zitten bekende bedrijven uit de bitcoinspace, met een goede reputatie. Dit is voor sommige partijen belangrijk. Bijvoorbeeld om in het geval van problemen de mogelijkheid te hebben om contact op te nemen. Ook zou het kunnen dat er op een dag regels komen voor routingnodes. Ik hoop het niet, maar wellicht wordt het ooit verplicht voor bedrijven die op Lightning aangesloten zijn, om enkel gebruik te maken van routingnodes die logfiles bijhouden van het betalingsverkeer.”

Jager wil dat Lightning een succes wordt en zou daar wel wat concessies in willen doen. “Bitcoin heeft een eindige supply. Afrekenen met bitcoin is daarom op zichzelf al revolutionair. Lightning is hierbij essentieel voor schaalvergroting. Tegelijk voegt Lightning privacyeigenschappen toe waarmee overheden het moeilijk kunnen hebben. Ik ben een voorstander van privacy, maar als het uiteindelijk aankomt op adoptie versus privacy, dan kan het lonen om wat water bij de wijn te doen. Eindigen met een betaalnetwerk waar geen enkel bedrijf aan mee mag doen, is ook moeilijk een winnende uitkomst te noemen.”

Andere dingen settelen kan ook. Zo kun je heel snel van Lightning-bitcoins, of LN-btc, naar andere valuta via een wisselkantoor of atomic swaps. Het netwerk blijkt veel meer te zijn dan alleen een systeem om LN-btc’s van A naar B te schuiven. Het blijkt een systeem om alles waarbij zekerheid van de transactie nodig is, te kunnen ondersteunen, dus ook een wisseldienst van LN-btc naar dollar of wisseldiensten tussen welke valuta dan ook. Het bekendste voorbeeld van het gebruik van dit systeem vinden we in El Salvador, waar bitcoin wettig betaalmiddel is geworden, niet in de laatste plaats om het overmaken van geld naar het land makkelijker te maken. Hoe dat er achter de schermen precies uitziet, is niet helemaal duidelijk. Wat wel helder is, is dat er een custodian tussen moet zitten waar, in het geval van een dollartransactie, heel snel dollars in LN-btc worden omgezet en vise versa.

Jager geeft nog een aantal voorbeelden waarbij het praktisch is om Lightning te gebruiken om valutastromen te coördineren, zoals bij bedrijven die verschillende vestigingen in verschillende landen hebben. Die kunnen zo makkelijk binnen het bedrijf geld heen en weer sturen, en de traagheid en kosten van traditionele internationale betalingen omzeilen.

Implementaties

Jager werkte zelf aan Lightning Labs’ implementatie, LND genaamd, maar er zijn meer implementaties. “Wat de basisfunctionaliteit betreft zitten de verschillen vooral in de api, zoals welke informatie je uit een node kunt halen. Dat is dus vooral voor ontwikkelaars van belang. Implementaties onderscheiden zich door de extra functionaliteit die ze bieden. In c-Lightning zijn bijvoorbeeld dualfunded channels toegevoegd. Dan open je een kanaal waarin beide partijen de helft kunnen financieren bijvoorbeeld. Voorheen begon een kanaal altijd met de balans volledig aan één kant en het balanceren van het kanaal was een aparte operatie. LND is met atomic multipath payments gekomen, ofwel amp. Multipath-payments waarbij de betaling uit verschillende kanalen gecombineerd kan worden, bestonden al, maar bij amp kan de ontvanger pas het geld claimen als alle delen zijn binnengekomen: atomic.”

Het belang van de tweede laag boven op het bitcoinnetwerk, die overigens ook op andere systemen toe te passen is, lijkt nu al groter dan iemand zich ooit had kunnen voorstellen. En het begon allemaal met een bètanetwerkje van nodes, ergens begin 2018.

En de toekomst, waar gaat Lightning naar toe? “De complexiteit is groot, het houdt niet op. Er zijn nog veel open einden als je kijkt naar de specrepository, waar protocolwijzigingen worden voorgesteld. Daar zit van alles in dat we nog moeten oplossen. Een eenvoudiger alternatief voor Lightning zou mooi zijn, maar zolang dat er niet is, blijven we verder ontwikkelen op de huidige weg. Mede door El Salvador is Lightning erg in de picture gekomen. Het is nu vooral nodig dat er een andere groep gebruikers wordt aangesproken, niet alleen bitcoinenthousiastelingen”, zegt Jager. “Als meer bedrijven en instellingen Lightning gaan gebruiken, komen daar ook requirements uit die terugvloeien naar de infrastructuurlaag.”

Al met al is Lightning een eerste stap boven on-chain. “Je kunt niet zeven miljard mensen een kanaal op de bitcoinblockchain laten openen. Schaalbaarheid blijft een ding, maar wat we nu hebben met Lightning, is een mooie eerste stap”, zegt Jager.

Uiteindelijk moet er gewoon gebouwd worden door ontwikkelaars die het gaan toepassen. Jorijn Schrijvershof, freelance softwareontwikkelaar en binnen de Nederlandse bitcoingemeenschap een bekende naam, is ervan overtuigd dat het nog erg schort aan de kwaliteit van documentatie. “Je moet alles nog zelf uitvinden en daarom ben je al snel een expert op dit gebied. Dat komt ook doordat er nog geen grote georganiseerde partij is die zaken aanbiedt. De documentatie komt van hobbyisten, zoals ik, en dat maakt het een heel gefragmenteerd landschap.”

Complex en veel potentie

“Je bent wel met geld bezig. Een ontwikkelaar kan het zich allemaal wel in een paar weken eigen maken, maar dan? Je wilt niet een node opzetten en dan ineens je bitcoins kwijtraken. Uiteindelijk zal de markt behoefte hebben aan een nieuwe functie; iets als bitcoinnetwerktechnicus.”

Schrijvershof noemt als voorbeeld Jack Mallers, die met het bedrijf Strike Lightning-betalingen en fiat-geldbetalingen faciliteert en ook in El Salvador een belangrijke functie vervulde. “Mallers heeft heel hard geïnvesteerd in een Lightning-structuur die hij zelf heeft opgezet. Over de hele wereld heeft hij LN-nodes opgetuigd. Die staan allemaal met elkaar in verbinding met privéroutes. Dus hij heeft overal liquiditeit beschikbaar en heeft deals met lokale exchanges om lokale valuta te kunnen gebruiken. Hoe dat achter de schermen zit, is mij niet bekend. Met de basis die hij heeft opgebouwd, kun je heel goed schalen en daarbovenop diensten bouwen.”

Een goede manier om veel te leren over het netwerk, is zelf een node opzetten, iets wat hij ooit deed, maar inmiddels is die node offline. “Zelf een node hebben, is vooral praktisch als je een webshop of iets dergelijks hebt.” In zijn ogen is het een vak apart en zelf een node hebben heeft vooral tot gevolg dat je geld vaststaat en ook nog eens in een hot wallet, die met internet verbonden is met de bijbehorende risico’s.

“Bitcoins zijn programmeerbaar geld en daar kun je heel veel mee doen. Je kunt er data in opslaan. Je kunt je voorstellen dat je in de toekomst gaat betalen voor specifieke data, zoals een weersvoorspelling. Door een LN-node neer te zetten voor de website, gekoppeld met een reverse proxy zoals Aperture, en die vervolgens zo te configureren dat het verzoek alleen wordt doorgelaten als ervoor betaald is. Er is een antwoordcode in het Hypertext Transfer Protocol, of HTTP: 402 Payment Required. Die vraagt om betaling. Dan krijg je een LSAT-token, die lokaal op je computer staat, en na betaling wordt je verzoek doorgelaten. Is je token verlopen, dan moet je weer betalen. Je hebt geen database meer nodig om abonnementen en dergelijke op te slaan, dat zit gewoon allemaal het systeem, dus dat is ook goed voor de privacy. Je hebt geen gegevens meer die op straat kunnen komen te liggen en je hebt er zelf honderd procent controle over. Een ander voorbeeld is een spamfilter op je e-mail, waarbij de zender moet betalen om de mail door te laten gaan. Dat kun je doortrekken naar Twitter DM’s, gaming of eigenlijk alles waarbij betaald kan worden. Laagdrempelig en vrijwel geen transactiekosten. Prachtig toch? Zet een node op en probeer het gewoon eens. Experimenteer!”

Dit artikel verscheen 2 november 2021 op Tweakers

Complex en nooit af: proof-of-stake

Complex en nooit af: proof-of-stake

Dit artikel verscheen in juli 2021 op Tweakers

Ethereum maakt zich op om over te gaan naar ethereum 2, een pittige transitie van proof-of-work naar proof-of-stake en daarmee een van de grootste experimenten in de cryptovalutawereld. Wat gaat er precies gebeuren en vooral: waarom?

Het doublespending-probleem

‘Klik’. Met een hoop geratel komt de Polaroid-foto uit het apparaat. Even wachten en het beeld verschijnt. Aardig als je bent, geef je de foto aan de geportretteerde. Je enige eigen herinnering aan dit moment staat in je geheugen gegrift. Misschien herinner je het moment weer als je de foto in iets verkleurde staat terugziet bij de ander thuis, gevangen onder een koelkastmagneet. Zulke analoge zaken zijn bij tijd en wijle populair en vaak kostbaar. Je betaalt vijf euro voor een foto op een uitgaansavond, misschien met een roos erbij; een uniek momentje dat niet is na te bootsen.

Uniciteit in het analoge leven is normaal, op internet is het lastig

Een foto wil je misschien juist wél graag delen en daarvoor is onze digitale wereld ideaal, maar met digitaal geld wil je dat het juist niet gebeurt. Analoog geld, althans de briefjes en muntjes, werkt heel goed tegen kopiëren. Je weet zeker dat je zelf het briefje van 50 euro niet meer hebt als de ander het in handen heeft.

We weten ook allemaal heel zeker dat als je een keten aan bits kopieert, hij precies gelijk is aan de originele keten. Dit is een prachtige en unieke eigenschap van onze digitale wereld, maar het zorgt al een halve eeuw voor kopzorgen als je iets niet een-op-een wil kopiëren, dus als je zeker wil weten dat iets niet ook nog aan een ander kan worden gegeven door het te kopiëren, zoals dat briefje van 50 euro.

Dat probleem waarbij de 50 euro gewoon vaker kan worden uitgegeven, heet in jargon het double-spending problem​.

Een eerlijk systeem

We kunnen dat tegengaan door arbiters in te zetten om databases bij te houden van wie wat heeft, zoals banken. Of je je daar nu wel of niet veilig bij voelt, is niet zo relevant voor dit verhaal. Wel relevant is de vraag of het mogelijk zou zijn om in het digitale domein een systeem te ontwikkelen waarmee je zonder derde partij onze analoge een-op-een-uitwisseling kunt uitvoeren in de digitale wereld. Kunnen we iets verzinnen waarmee we honderd procent zeker kunnen vaststellen dat Esma iets geeft aan Jeroen en ook zeker weten dat de transactie wordt uitgevoerd? Weten we dan ook zeker dat Esma het niet stiekem nog een keer kan uitgeven? En weten we zeker dat het systeem eerlijk is?

Het tweede probleem is op te lossen met asymmetrische cryptografie, zoals we dagelijks op internet toepassen met https-verbindingen. Het derde probleem – het oplossen zonder derde partij – is lastiger op te lossen. Hoe zorg je ervoor dat het systeem altijd je transactie doorvoert en je transactie niet terugdraait? En wat doe je om te voorkomen dat de transactie niet verandert? Iets zal moeten bepalen wanneer een transactie geldig is en daar moet iedereen het over eens zijn; er moet dus consensus over bestaan.

“Het eerste waar je misschien aan denkt is: één persoon, één stem. Je zou zeven miljard mensen op aarde allemaal één stem per persoon willen geven, maar dan moet je ze wel nauwkeurig identificeren, anders kan iemand miljoenen of miljarden pseudoniemen aanmaken”, aldus Bert Slagter, medeoprichter van kennisplatform LekkerCryptisch.nl. “In de digitale wereld kun je zeggen: één cpu, één stem. Maar zoals je pseudoniemen kunt aanmaken in de fysieke wereld, kun je onbeperkt virtuele machines aanmaken die je onevenredig veel stemrecht geven”, vervolgt hij. Hoe los je dat laatste dan op? Hoe zorg je ervoor dat je niet kunt samenspannen waardoor één entiteit disproportioneel veel invloed kan uitoefenen?

Sinds medio jaren tachtig van de twintigste eeuw passeerden heel wat systemen de revue die ervoor moesten zorgen dat bij gedistribueerde computersystemen de juiste informatie wordt opgeslagen, ook als niet alle onderdelen van het netwerk zijn te vertrouwen. Dit heet ook wel het Byzantijnse generalenprobleem en systemen die het probleem oplossen noemt men Byzantine fault tolerant of BFT. Toch faalden al die ideeën voor toepassing op open systemen. Altijd bleek wel ergens een fundamentele zwakheid te bestaan.

“Het Byzantijnse generalenprobleem is een kernprobleem in distributed computing”, zegt Davide Grossi, adjunct-hoogleraar bij het Bernoulli Institute aan de RuG. “Het probleem was wel opgelost voor gesloten systemen met centrale coördinatie, voor Satoshi Nakamoto langskwam. Die protocollen, zoals Practical BFT, zijn robuust tegen foute deelnemers, maar tot maximaal een derde van het totaal aantal deelnemers. Bij een gedistribueerde database wil je dat alle deelnemers een waarde in die database overeenkomen, je wil overeenstemming over de inhoud. Als je controle hebt over de deelnemers in een systeem, spelen de incentives niet echt een rol. Als je geen controle hebt over deelnemers moet je ze overtuigen om deel te nemen in het systeem en dat doen op een eerlijke manier: incentives worden centraal in het systeem.”

Nakamoto-consensus

Met de komst van de bitcoinblockchain kwam daar verandering in en ging speltheorie (game theory) een rol spelen. In de wetenschap kreeg deze ontwikkeling de naam ‘Nakamoto-consensus’. Daarmee wordt gedoeld op het gebruik van proof-of-work om de juiste incentives in te bakken in een consensusprotocol voor open peer-to-peer-netwerken.

Grossi: “Dit was heel innovatief en origineel, juist omdat het een oplossing is voor het Byzantijns generalenprobleem in een open systeem waarin niemand controle heeft over wie deelneemt, wie wanneer komt en wie wanneer gaat.”

De zwakheden rond BFT in open systemen bleken dus op te lossen met Nakamoto-consensus. In feite gebeurt dat door iets uit de analoge wereld op te offeren. Slagter: “Bij proof-of-work, het systeem achter bitcoin, wordt energie opgeofferd. Maar je kunt ook andere systemen verzinnen waarbij iets in de fysieke, natuurkundige wereld wordt verankerd. Dit doe je omdat je zaken uit de echte wereld niet eeuwig kunt kopiëren en plakken, wat je in de digitale wereld wel kunt. Dat is dus het idee van proof-of-work.”

Slagter legt uit dat proof-of-stake iets vergelijkbaars probeert te doen, door iets te verzinnen dat niet is te kopiëren. In het geval van proof-of-stake is dat dus vermogen of stake. “Het zorgt er wel voor dat proof-of-stake heel complex is. Daarom duurt de transitie van het ethereumnetwerk naar ethereum 2 ook zo lang. Er zijn overduidelijke aanvalsmogelijkheden die je op allerlei manieren moet zien tegen te gaan. In bitcoin is dat al sinds 2009 getest in echte-wereldomstandigheden waarbij je niet alleen kúnt aanvallen, maar zelfs verzocht wordt om aan te vallen.”

Grossi zegt daarover dat van alle decentrale consensussystemen, want daar gaat het immers om, proof-of-work van bitcoin op dit moment het enige is waarvan je proefondervindelijk vast kunt stellen dat het extreem veilig is: “We hebben in de praktijk gezien dat het proof-of-work-systeem werkt voor de grootschalige, gedecentraliseerde systemen van bitcoin en ethereum. Voor proof-of-stake is er nog niet zo’n praktisch bewijs en de variatie is enorm.”

Hij haalt de whitepaper van bitcoin aan. “Dit was gewoon een whitepaper op internet, waarvan er dagelijks talloze verschijnen. Academici houden dan in eerste instantie wat afstand, waardoor het pas later in de academische wereld wordt opgenomen. Er is zoveel dat niet peer reviewed is, je kunt niet alles constant bijhouden. Onderzoek doen kost tijd en je hebt er geld voor nodig. Dat duurt allemaal lang. Aan de andere kant is bitcoin nu al jaren in de echte wereld getest.”

De grote vraag is: zou je ook met een ander systeem tot een vergelijkbare veiligheid en onwrikbaarheid kunnen komen? Is er een systeem waar iedereen aan mee kan doen en waar je niemand voor hoeft te vertrouwen? Een systeem waar niemand op eigen houtje de regels van kan veranderen waardoor jouw geld of digitale eigendomscertificaat van een foto ineens weg is of onbereikbaar wordt? Is er iets anders dat we nu nog niet kunnen bedenken?

Misschien is dat laatste wel een proof-of-stake-variant. Dat betreft een groot experiment. “Proof-of-stake is in die zin een containerbegrip”, zegt Slagter. “Je kunt op heel veel manieren met proof-of-stake aan de slag. In de meeste gevallen betekent dit dat toch altijd ergens iets of iemand aan de touwtjes moet trekken. Iets zal ervoor moeten zorgen dat het systeem eerlijk blijft, want anders wint de groep met de grootste stake altijd. Of we zoiets kunnen bouwen? Dat moet nog blijken. Het grootste pos-experiment moet overigens nog beginnen en is al jaren in voorbereiding: de overstap van ethereum naar ethereum 2.”

Spooksteden met leegstaande huizen

Waarom is het dan nu nog niet duidelijk of proof-of-stake minstens net zo veilig kan zijn als proof-of-work? Dat komt doordat er nog geen enkel ander proof-of-stake-netwerk bestaat waar zoveel van afhangt als bij de proof-of-work-netwerken van bitcoin en ethereum.

Slagter: “Het is eigenlijk heel interessant dat ethereum is begonnen als proof-of-work-netwerk en als het goed is binnenkort overgaat naar proof-of-stake. Het had nooit zo’n mooie verdeling van de munten gehad als het als proof-of-stake was begonnen.”

Hij verwijst naar blockchains die andere consensusmechanismen dan proof-of-work gebruiken. “Al die grote blockchains, de cardano’s van deze wereld, zijn spooksteden met een half miljoen leegstaande huizen. Ze zijn helemaal nog niet blootgesteld aan de grote boze buitenwereld. Daarom denk ik dat ethereum 2 de eerste proof-of-stake-chain wordt die écht serieus op de proef gesteld gaat worden.”

En dat is volgens Slagter iets dat vaak vergeten wordt. “Je kunt van alles simuleren aan die netwerken, zoals hoe ze zouden werken, maar de proof-of-the-pudding is alleen mogelijk in een permissionless publieke situatie waarin iedereen jarenlang ongehinderd zijn gang kan gaan.”

Grossi onderschrijft dat met een verwijzing naar de bekende 51-procentsaanval die mogelijk zou zijn bij proof-of-work: “Het is wel gebeurd dat mining pools tijdelijk meer dan die 51 procent hadden, maar er gebeurde natuurlijk niets. Er zijn ook wel theoretische modellen die aangeven dat je het met minder zou kunnen bereiken, maar of die modellen echt werken weten we niet. Het is zo complex dat er meer onderzoek nodig is.”

Kort samengevat is het op dit moment als volgt: zowel bitcoin als ethereum gebruikt proof-of-work. Daardoor zijn beide heel veilig, met het verschil dat ethereum een virtuele machine in zich heeft, iets dat voor de werking van proof-of-work bij ethereum niet heel veel uitmaakt. Wel kijken de ontwikkelaars van beide netwerken heel verschillend naar de wereld, zeker als het om ideeën rond ‘bestuur’ of governance gaat.

Beide netwerken zijn decentraal en vertegenwoordigen een enorme waarde waar velen graag de hand op zouden willen leggen, dit in tegenstelling tot duizenden andere blockchain(achtige) projecten die eigenlijk niet veel anders zijn dan een soort spooksteden met heel veel huizen, maar zonder inwoners. Het grote proof-of-stake-experiment – althans, eentje waar een bepaalde visie achter schuilt – gaat hopelijk binnenkort beginnen met ethereum 2 of eth2 (zie uitleg proof-of-stake onderaan).

De overgang naar ethereum 2

De overgang van ethereum naar ethereum 2 of serenity staat al jaren in de steigers. Om een klein tipje van de sluier op te lichten, spreken we met Diederik Loerakker, onderzoeker bij de Ethereum Foundation, via Telegram-spraakchat. Het project is enorm complex en moet niet alleen voor de al vanaf het prille begin beloofde overstap naar proof-of-stake zorgen, maar ook voor een totaal nieuwe opzet van het hele ethereum-netwerk.

Vitalik Buterin, een van de oprichters van ethereum, schrijft al vroeg over proof-of-stake in Bitcoin Magazine waar hij sinds 2011 als redacteur en mede-oprichter aan verbonden is. Dan gaat het nog om de vraag wat er mogelijk is bovenop het bitcoinprotocol, zoals colored coins, en wat daar in zijn ogen aan schort.

In januari 2014, vlak na het uitkomen van de Ethereum Whitepaper en daags voor het aankondigen van een geldophaalronde voor het project, schrijft hij een groot artikel in Bitcoin Magazine, met de titel ‘Ethereum: a next-generation cryptocurrency and decentralized application platform’. Net als in de oudste versies van de Whitepaper drukt hij daar de wens uit om op zoek te gaan naar andere consensusprotocollen. Proof-of-stake ziet er in de ogen van de ontwikkelaars het meest veelbelovend uit, maar ethereum zal in eerste instantie een proof-of-work-systeem gebruiken waar minder makkelijk asics voor moeten zijn te bouwen dan voor bitcoin.

Redenen om over te gaan op proof-of-stake zijn in eerste instantie de verwachte betere veiligheid, het verlagen van de beloning van iemand die staked, en de mogelijkheden voor coördinatie of governance. In de oudste versies van de whitepaper staat al dat het gaat om een ‘mogelijke overgang naar een verbeterd ethereum-netwerk in een ethereum 2’.

De munteenheid ether van het netwerk kan tot nu toe oneindig worden bijgedrukt, waardoor de prijs in het begin stabieler zou moeten zijn dan die van munten met een eindige hoeveelheid, zoals bitcoin met 21 miljoen stuks. Door mensen hun ether te laten staken in plaats van miners te laten draaien waarbij energie moet worden betaald, gaat de beloning naar beneden. Daarom komt er minder ether in omloop en dit kan zelfs naar nul gaan. De verwachting van Slagter is dat het een factor 10 minder wordt. Dit betekent minder inflatie en een stabielere munt.

Ether zelf wordt dan een zogenaamde productive asset, ofwel iets met rendement, vergelijkbaar met aandelen, obligaties en vastgoed die respectievelijk dividend, rente en huurinkomsten opleveren. Dat maakt ethereum mogelijk interessanter voor traditionele beleggers.

Een ander belangrijk punt is dat er coördinatie nodig is voor sharding en dan is een proof-of-stake-systeem veel makkelijker voor je governance, iets dat heel lastig is bij een proof-of-work-systeem.

Je ziet: het is al lang de wens om over te gaan naar een ander consensusprotocol. Als dit allemaal lukt in een live-productieomgeving en jarenlang goed gaat, is dit zeer interessant.

Het is Diederiks eerste interview in lange tijd in het Nederlands. Hij formuleert behoedzaam en verontschuldigt zich af en toe voor het niet kunnen vinden van een Nederlands equivalent van een woord. Inmiddels woont hij al een kleine vier jaar niet meer in Nederland en voor de coronapandemie was hij een digital nomad.

De weg naar eth2 duurt al lang. Sommigen dachten dat van veel uitstel wel afstel zou komen, maar de overgang lijkt binnenkort echt plaats te vinden. De upgrade verloopt in drie fases. Inmiddels is fase 0 gepasseerd en zitten we in fase 1. “Fase 0 is inmiddels een oude term”, verbetert Diederik. “We gaan nu naar een execution en consensus layer. Dan praten we dus over eth1 en eth2. Dat laatste model staat los van eth1 en testen we nu al meer dan een jaar met proof-of-stake. Uiteindelijk moet eth1 worden samengevoegd met eth2 als eigen shard in het netwerk.”

Dat laatste, een shard, is van belang voor het oplossen van het zogenaamde data-availability-probleem waar elke blockchain mee kampt. “Data moet altijd beschikbaar zijn en nu moet je alles zelf downloaden om dat te verifiëren. Als je dat verticaal wil schalen, kom je op dingen als Binance Chain of Polygon. Ze vergroten de capaciteit, maar het wordt steeds moeilijker om alles in sync te houden.”

Sharding: synchroon en toegankelijk

Sharding, legt Diederik uit, is een manier om alle data gesynchroniseerd en altijd toegankelijk te houden zonder dat je het netwerk zelf hoeft te vertrouwen. “Met sharding kun je zo splitten dat je toch niet alles zelf hoeft te downloaden en te verifiëren, zolang de data parallel kan worden geverifieerd door een deel van het netwerk. Op die manier kun je horizontaal schalen.”

Data-toegankelijkheid in een blockchainnetwerk is van ultiem belang, omdat je niet kunt hebben dat de eindgebruiker ineens niet meer bij zijn eigen bezit kan komen. Om dit te kunnen voorzien, krijgt eth2 64 data-shards naast wat we kennen als de huidige eth1-blockchain.

Eth2 heeft een heel scala aan nieuwe onderdelen. Die onderdelen samen moeten zorgen voor een aantal zaken: data-availability, grotere snelheid van transacties en een proof-of-stake-model dat veilig én decentraal genoeg is.

Bron: website Vitalik Buterin

De grotere hoeveelheid data per seconde kunnen verwerken is van belang omdat ethereum zichzelf ziet als ‘wereldcomputer’ waar de smart contracts, of relatief simpele computerprogramma’s, rap uitgevoerd moeten kunnen worden in de Ethereum Virtual Machine of EVM. Die data, of eigenlijk de state van de data, moet snel kunnen worden verwerkt en weggeschreven. In het nieuwe proof-of-stake-model moet elke twaalf seconden een nieuw block kunnen worden gemaakt. Dat zou betekenen dat het netwerk van nu van gemiddeld 4KB per seconde naar 1,4MB per seconde gaat, met behulp van de in totaal 64 data-shards, iets dat in theorie kan worden uitgebreid.

Een onderdeel van de keten hebben we nog besproken, de beaconchain. “De beaconchain is een soort commandocentrum voor het nieuwe netwerk, waar als het ware de getuigschriften of attestaties van de shards op worden vastgelegd. Het is de systeem-chain die alle balansen, confirmaties van shard-data en finality bijhoudt. Finality is een extra ‘gadget’, een onderdeel van het protocol om iets permanent vast te leggen met voldoende attestaties. De transacties in het huidige eth1 krijgen eerst een plaats in deze beaconchain, totdat sharding volledig uitgerold is.”

Validators in commissies gehusseld

Nu hebben we het wel gehad over de dataverwerkingssnelheid, het wegschrijven van de data en hoe de systemen er min of meer uitzien, maar wie zorgt voor het maken van de blokken? Wat zorgt ervoor dat de eth2-blockchain wordt gevormd? Daar zorgen de zogenaamde validators voor. Die validators worden willekeurig of random gekozen, op dit moment met behulp van Randao. Elke validator moet 32 ether vastzetten in het systeem om mee te mogen doen. Dat is dus de stake die het je (tijdelijk) kost: deze 32 ether kun je niet gebruiken als ze vaststaan.

Je kunt inmiddels natuurlijk al heel veel ether hebben verzameld door te minen met het proof-of-worksysteem waar ethereum nu nog op draait. Zo zou je heel vaak 32 ether kunnen staken en zo alsnog een meerderheid in het netwerk kunnen krijgen? De rijksten in het netwerk krijgen immers het vaakst een blok toebedeeld.

“Nee, dat is niet zo”, zegt Diederik. “Er zijn nu al 200.000 validators en die worden verdeeld over de shards. Elke zes minuten worden ze door elkaar gehusseld en opnieuw verdeeld over 64 shards.”

Hij legt kort uit dat die validators in committees worden gesplitst. Die committees bestaan uit minstens 128 validators per stuk, met een theoretisch minimum van 111. Die validators dragen zowel bij aan de beaconchain als aan de shards.

Die 64 shards hebben allemaal een eigen consensus en er is geen ‘race tussen de security-modellen’ van die verschillende shards. De shards zijn gelijk, en security voor een shard hangt niet af van de ander. De validators worden elk zes minuten, een ‘epoch, in een committee gehouden. Daarna worden ze weer willekeurig door elkaar gehusseld. Op die manier moet het systeem zo decentraal mogelijk blijven.

“We zitten nu in fase 0 waarin we de committees al hebben, samen met een nieuwe networkstack om de informatie te verspreiden. Voor 64 shards zijn 64 committees nodig en 32 slots per epoch doen ieder een taak. Elke 12 seconden een slot, deel die 190.000 validators door 32. Dat is dus de hoeveelheid validators die elke 12 seconden een attestatie maken. Dat is veel, maar nog maar voldoende voor volledige capaciteit met 262.144 validators, ofwel 32 x 64 x 128.”

Er is één stap die we hebben overgeslagen: layer 2 die deze shard-data gebruikt. Een voorbeeld hiervan zijn optimistic rollups. “Met data-availability kun je een honest majority assumption omzetten in een honest minority assumption. Als je iets uitstelt of tijdelijk weglegt en zegt: goed, de data is te verkrijgen, dan kun je later met de data aantonen dat de verkeerde data zijn vastgelegd. Dit is het fundament voor optimistic rollups.”

Kort gezegd: een rollup neemt het executie-model weg en je hebt alleen die data-availability nodig. “Zolang iedereen toegang heeft tot die data, kun je layer 2-modellen maken die je vastlegt met de data die je veilig stelt met de layer 1-data.” Layer 1 is wat het protocol aanbiedt: data en executie, maar wel gelimiteerd en duur. Layer 2 maakt applicaties toegankelijk door dit te optimaliseren, maar toch voldoende te gebruiken om geen nieuwe security-aannames te maken. Een optimistic rollup optimaliseert via executie buiten het protocol, terwijl data met dezelfde security vaststaat voor het geval er twijfel bestaat over de resultaten.

Een veelzijdig blockchainsysteem

Het is niet mogelijk om alle onderdelen van het eth2-proces mee te nemen. Wel is duidelijk dat het om zeer complexe materie gaat en dat geeft meer risico op fouten. De fase-0-chain draait nu al een jaar en moet ‘super solid’ worden.

Daarna moet eth2 een blockchainsysteem zijn waar heel veel op kan en dat zeer veelzijdig is. Het is heel iets anders dan de bitcoinblockchain waarbij de relatief simpele opzet van het netwerk juist de grote kracht is. Dat daar bovenop heel wat te programmeren valt, doet hier niet aan af. De grote test voor ethereum komt dus als het goed is ergens in 2021 of 2022, en misschien nog wel later.

Op den duur zullen bepaalde protocollen van eth2 misschien weer moeten worden aangepast met behulp van soft forks om het geheel zo decentraal mogelijk te houden. De variatie voor proof-of-stake-gebaseerde systemen is dan ook heel veel groter dan voor proof-of-work. Dat is zowel een kracht als een gevaar.

Ondertussen hebben de meesten geen weet van de werking achter de schermen. Toch zou een beetje meer kennis bij beleids- en opiniemakers niet misstaan om zo door allerlei marketingtermen van blockchain(achtige) bedrijven heen te kunnen prikken. Gouden bergen worden beloofd en we weten allemaal hoe dat gaat; denk maar aan de eerste grote internetbubbel of de eerste grote ico-bubbel rond allerlei onzinmuntjes. Nu is iets vergelijkbaars aan de hand rond DeFi of decentralized finance.

Gelukkig bouwen velen voort op al die protocollen die onze decentrale digitale levensgemeenschap kunnen versterken en meer eigenheid kunnen geven. Minder kopiëren, meer zoals het echte leven. Creatieven binnen alle werkvelden, van IT-ers tot kunstschilders, werken vrolijk verder aan ons digitale ecosysteem. Steeds meer digitale kunst en andere vormen van unicititeit op internet vinden hun weg naar de ‘gewone’ mens. Het is bijna net zo uniek als een polaroidfoto.

Polaroid gemaakt met een Polaroid SX-70 Land Camera en het spel Mario Kart 8 en ge-nft’d

Wat is proof-of-stake eigenlijk?

Zonder centrale controle is het niet mogelijk nodes in een netwerk te controleren op hun kwaliteiten. Om toch zekerheid te krijgen over de juistheid van de opgeslagen informatie in zo’n systeem, is een ‘consensusmechanisme’ nodig. Dat mechanisme zorgt ervoor dat alle nodes in zo’n netwerk samen kunnen bepalen wat wel of niet waar is. Om te zorgen voor eerlijke nodes, moet het voor een node iets kosten als er wordt valsgespeeld.

Het consensusmodel van bitcoin gebruikt hiervoor energie. Om energie te verkrijgen, moet je moeite doen, vaak in de vorm van het betalen van geld. Betaal je niet, dan heb je geen energie en kun je niet meedoen in het netwerk om kans te maken op een klein beetje bitcoin. Dit systeem heet proof-of-work. Veel blockchainsystemen maken hiervan gebruik.

Proof-of-stake is een consensusmodel dat deelnemers vraagt om een deel van hun bezittingen te investeren in het netwerk. Dit betekent over het algemeen het vastzetten van een bepaald deel van het vermogen, zodat de node in kwestie kan worden gekozen om de volgende te zijn om een block in de blockchain te mogen maken. Met het maken van dat block wordt vervolgens een klein beetje verdiend.

In essentie betekent het: hoe groter je stake, hoe meer kans je hebt om een block te mogen toevoegen aan de blockchain in kwestie. Behalve het staken van het vermogen, hoef je niks te doen. Dit leidt in essentie tot het steeds rijker worden van de rijken. Ook zorgt het voor meer centralisatie van macht en de kans om als rijke node meer macht uit te oefenen op de regels in het netwerk.

Om dit tegen te gaan, zijn veel proof-of-stake-systemen voorzien van maatregelen om toch zo decentraal mogelijk te blijven opereren. Dit zorgt ervoor dat pos-systemen een stuk complexer zijn dan pow-systemen.

Eerder gepubliceerd op Tweakers.net

Speelt!

Speelt!

Veel bitcoiners vinden NFT’s maar niks. Shitcoins, daar zijn ze van afgeleid en ze bestaan soms ook nog op vage netwerken die zomaar niet meer kunnen bestaan of waar iets raars mee kan gebeuren. Smart contracts, daar kunnen fouten in zitten en zo zorgen voor pijnlijke taferelen. En hoge fees natuurlijk. Belachelijk hoge gaskosten op het ethereumnetwerk. En dan, heel af en toe, laat iemand het woord RGB vallen in de bitcoincommunity, NFT’s bovenop het Lightning-netwerk. Hoe prachtig het conceptueel klinkt, RGB is die fase nog niet voorbij. Dus gaan we maar lekker verder met klagen en afgeven op al die andere systemen waar van alles geprobeerd wordt. Begrijpelijk? Misschien wel. Handig? Lijkt me niet, volgens mij mis je zo ook heel veel, al is het maar ouderwets met te dure flippo’s bezig zijn om goede of slechte redenen. 

Bitcoin is een prachtige store-of-value en met lightning er bovenop een serieuze concurrent in de dop voor settlementsystemen, maar bitcoin is ook heel veel niet. Logisch, het moet namelijk een supersolide waardelaag op internet zijn waar echt niets mee mis kan gaan. Het moet niet ineens zo zijn dat je niet meer bij je zes jaar oude bitcoin kunt bij wijze van spreken. Je moet er ook over 25 jaar nog bij kunnen. Of 100. Of…

Dat is een heel ander verhaal bij legio vage muntjes die door een protocolwijziging niet meer bereikbaar zijn. Als je het dan aan de ontwikkelaars vraagt, dan boeit het ze niets want dan was je blijkbaar niet betrokken genoeg bij de community. Zo staren 888.888 waardeloze kick me nog steeds aan vanuit een ouwe eth-wallet. ‘Oh ja, protocolwijzigingetje, stond in de roadmap’. Protocollen die wel voor data-beschikbaarheid willen zorgen, zoals ethereum, hebben heel wat moeite om daadwerkelijk belangrijke wijzigingen door te voeren, al zal het over een half jaar… Nee, flauw. 

Hoe ontzettend irritant dat ook allemaal is, ik blijf spelen met die systemen. Niet omdat ik er waarde mee op wil slaan, maar omdat het gewoon spannend is. Het is fascinerend hoe een soort van nieuwe, min of meer gedecentraliseerde vorm van Deviantart ontstaan is. Voor de jongeren onder ons: Deviantart was een van de eerste websites die betrekkelijk mooie plaatjes, kunst zou je soms kunnen zeggen, vanaf augustus 2000 op internet beschikbaar maakte, samen met een actieve community. Alleen zijn het nu plaatjes met een soort van eigendomsbewijsje, ook nog eens technisch gezien de sufste vorm van NFT’s, al zijn het wel de nu visueel meest aansprekende op een plat beeldscherm.

De echte lol is er overigens al wel een tijdje af. Je merkt dat niet alleen doordat het praktisch onmogelijk is geworden om nog voor omgerekend een paar euro of wat tientjes een leuk plaatje aan te schaffen, of een stukje land in een virtueel wereldje. Bovenop die paar euro komen tientallen tot honderden euro’s aan gaskosten of je moet weten hoe je andere netwerken kunt gebruiken die wellicht goedkoper zijn, maar die weer hun bestaansrecht niet bewezen hebben.

Dat is jammer, want waar het voor onze virtuele werelden uiteindelijk om gaat is het creëren van verschillende online leefwerelden, ecosystemen zo je wilt, die verschillen, maar die wel invloed op elkaar kunnen uitoefenen door cryptografische trucjes. 

En ja, het is zo dat het echt een zooitje is. Het is niet alleen Piek Hype, het is ook het moment dat het gros van de mensen interesse gaat verliezen, juist om die totale hausse aan onmogelijke, veel te dure of ingewikkelde systemen. En zo worden ze langzaam in de armen van semi-gecentraliseerde omgevingen geduwd waar het heel makkelijk is om collectibles, want daar gaat het nu meestal om, te verzamelen.

Toch zullen uit al die puinhopen over een aantal jaar mooie, leuke, ingenieuze en praktische dingen tevoorschijn komen. Naast scams, rotzooi en criminaliteit, niets zo menselijk als het internet.

Aan de andere kant ben ik blij dat er een paar verstokte bitcoinmaximalisten te dicht op de rood-groen-blauwe ledjes van hun monitoren zitten. Voor je het weet staat het echte werk toch weer stevig met zijn fundamenten verankert in de bitcoinblockchain. 

Tot die tijd: hou een open blik en verken wat er allemaal aan de hand is op die enorme zooi aan platformen. Ergens ligt een ongepolijste diamant op je te wachten, misschien zit ie nog wel in een steen.

* ps, dit stuk geen beleggingsadvies, handelen is een vak

Cryptovaluta voor Dummies, door Krijn Soeteman

3de druk ‘Cryptovaluta voor dummies’ klaar

De eerste druk die uitkwam middenin de bear market deed er ruim twee jaar over om uitverkocht te raken. Druk twee deed er een maand over en druk drie is bijna weer uit. Via je lokale boekhandel natuurlijk, óf via deze site via Lightning Bitcoin en Litecoin (LN BTC) of gewone bitcoins, maar dat is wel een kostbare grap qua transactiekosten.

RSS-icoon

Podcasting 2.0: met streaming money je lievelingspodcast sponsoren

De populariteit van podcasts is groot. Velen maken ze, vaak voor niets of een appel en een ei. Hoe verdien je geld met een podcast? Dat is de grote vraag en het antwoord ligt bij: streaming money. Of: het bitcoin-lightning-netwerk.

Niet alleen voor geeky jongetjes en meisjes in achterkamertjes, maar bereikbaar én begrijpbaar voor iedereen. Ik schreef er al eerder over, maar toen was het nauwelijks de proof-of-concept-fase voorbij. Het werkte nog niet bepaald voor ons, de gewone mens.

Nu dus wel: walletmaker Breez bracht op 23 maart een testversie uit voor iOS en voor een enkeling met de juiste kanalen ook voor Android.

De stappen op iOS (op Android doe je automatisch mee met het bètaprogramma moet je nog even een APK downloaden at your own risk): download de wallet in het TestFlight-programma, installeer, maak een klein plukje (bijvoorbeeld omgerekend 5 euro) aan Lightning-bitcoin naar Breez-met-podcastmogelijkheid over. Zoek een podcast en warempel, als de podcast in zijn RSS-feed de zogenaamde ‘value tag’ heeft opgenomen, dan kun je heel kleine plukjes geld in de vorm van microbitcoins naar de maker van de podcast sturen. Zomaar, zonder gedoe.

Ik ben niet enthousiast, ik ben bijna euforisch. Dit kon eerst alleen met een app waar heel veel goede bedoelingen in zitten, maar die ik (nog) niet bepaald aan iemand zou aanraden. Nu is het dus andersom: een wallet, een bitcoinbewaarportemonnee, voegt podcasting aan zijn service toe en dus niet een podcastingapp die een walletservice toevoegt.

Dit is precies wat bitcoin is: de basislaag is supersafe, traag en kostbaar. Daar bouw je andere dingen bovenop. Apps die iets kunnen, systemen waar we echt iets aan hebben in combinatie met die hele domme bitcoinblockchainbasis. Eigenlijk precies hoe internet werkt, zelf ook een vrij ‘dom’ netwerk dat vooral heel goed is in data verplaatsen. En bitcoin is heel goed in waarde verplaatsen.

Het zogenaamde Lightning-netwerk draait als het ware ‘bovenop’ de bitcoinblockchain. Is een ‘2de laag’. Een laag die heel veel sneller werkt, veel goedkoper is en bedoeld voor kleine bedragen. En daar dan ook heel erg goed in is om die af te handelen of het settelen van transacties. Microstransacties in dit geval zelfs.

De Breez-app

Na al die euforie, hoog tijd de app zelf kort onder de loep te nemen. Het gaat om een bitcoinwallet met lightning-functionaliteit. Je kunt deze wallet gebruiken als ‘normale’ bitcoinwallet, maar daar is deze niet voor bedoeld. Breez is bedoeld voor het lightning-netwerk of LN. Dat netwerk bestaat nog maar kort en het was tot niet zo lang geleden een drama om er iets mee te doen als je geen technische kennis had. Die problemen zijn in 2019 en 2020 uit de weg geruimd en er ontstond een groot aantal heel simpele bitcoin-LN-wallets. Ofwel portemonnees waar je geen kennis voor nodig hebt.

Na het downloaden van de app, krijgt je direct het hoofdscherm te zien met de walletfunctionaliteit. Dan zijn er twee opties: Send en Receive, ofwel verzenden en ontvangen.

De bètaversie met podcastfunctionaliteit heeft in het menu aan de linkerkant direct onder balance ook Podcasts staan. Daaronder staat de optie een Point of Sale te openen, een simpele kassafunctionaliteit, en daaronder apps en voorkeuren of Preferences.

Om iets te kunnen doen met LN-bitcoins moet je ze eerst hebben. Daar zit een addertje onder het gras voor zij die ze nog niet hebben, maar daarover later meer.

Druk simpelweg op receive en klik op Receive via Invoice. Daar kun je de hoeveelheid in bitcoin aangeven, maar door op het tekentje rechts te klikken kun je ook euro’s of dollars aangeven. Stel, we sturen 5 euro aan LN-bitcoins naar de wallet. Daarvoor maak je een invoice aan. Na het aanmaken krijg je een qr-code te zien en de mogelijkheid de code te kopiëren. We doen dat laatste en plakken die code in een andere LN-bitcoinwallet met wel fondsen erin. Daarna is het slechts een kwestie van accepteren van de factuur en verzenden. Enkele seconden later staat de 0.0001077 bitcoin (op moment van schrijven ongeveer 5 euro) op je Breez-wallet.

Ga je nu naar het tabje Podcasts dan zie je daar al enkele podcasts die gebruikmaken van het systeem waaronder twee Nederlandstalige podcasts De Bitcoin Show en Hup Bitcoin. Beginnen met Bitcoin accepteert ze ook, maar daarvoor moet je even in het zoekveld ‘beginnen met bitcoin’ invoeren. In principe zijn, voor zover mij bekend, alle podcasts die zich bij het podcastindex.org-netwerk van Adam Curry hebben aangesloten te vinden.

De Magic

Dan komt de magic. Je gaat naar de podcast in kwestie toe en klikt op een aflevering. Dan klik je op play en zie je een paar extra buttons onderaan die je bij andere podcastapps (nog) niet zult vinden, namelijk Boost! en een button met daaronder sats/min dat staat voor satoshi’s per minuut. Een satoshi is de kleinste deler van bitcoin, ofwel 0.00000001 bitcoin.*

Je kunt bij Boost een bedrag instellen en als je dan op Boost klikt, dan stuurt ie in een keer dat bedrag naar de podcast. De andere functie zorgt ervoor dat je per minuut je podcast betaalt. Zo weet je als podcaster ook of mensen je aflevering überhaupt wel afluisteren zonder dat je extra spionage-software nodig hebt om zo je luisteraars te bespieden op hun gedrag.

Als je de per-minuut functie op 0 zet, dan betaal je niets.

Uiteraard is de app nog wat kaal in vergelijking met andere podcastapps en mist nog veel standaard-podcastappfunctionaliteit, maar dit is wel een begin waar ik blij van wordt. Hoe andere podcasts zich makkelijk aan kunnen sluiten kun je het best checken in het LightningNL-telegramkanaal of zie uitleg over de code in het artikel Podcast en streaming money dat ik op 7 november over dit onderwerp schreef. Met behulp van Podcasterwallet kun je ook zonder RSS-skills of zonder de mogelijkheid iets aan je RSS-feed te wijzigen satoshi’s ontvangen.

Kleine waarschuwing: het is nog wel erg makkelijk om je geld ‘kwijt’ te raken, want als je per ongeluk op ‘boost’ klikt, is het ook in één keer weg. Maar nogmaals: het is bèta, het is nog vroeg, toch als je ziet HOE relatief makkelijk dit blijkbaar te implementeren is, geeft dat hoop. Hopelijk zien anderen ook dat podcasts vrij en open kunnen blijven door niet achter betaalmuren van grote bedrijven te gaan hangen en wellicht vele andere vormen van online media.

Happy podcasting!

Lightning-bitcoin

Wat is Lightning-bitcoin of LN-bitcoin of LN-BTC nou eigenlijk? In feite zijn het normale bitcoins, alleen ze staan als het ware vast in kanalen van gebruikers. Tussen die kanalen kunne zonder tussenkomst van de gewone bitcoinblockchain toch transacties uitgevoerd worden. Technisch gezien is dit een ietsiepietsie minder veilig dan een transactie uitvoeren op de grote, trage en dure bitcoinblockchain, maar het is wel duizenden keren sneller en goedkoper. Een transactie kost vaak zelfs zo weinig dat je het niet in centen uit kunt drukken. De gedachte is dan ook dat veel mensen nooit met het bitcoinbasisnetwerk in aanraking zullen komen, behalve misschien voor sparen of andere zaken waarbij snelheid van transacties of kosten van een transactie niet zoveel uitmaken.

Het lightning-netwerk bestaat goed en wel nog maar kort. Kanalen kunnen goed en wel sinds maart 2018 gemaakt worden. Sindsdien is er heel veel ontwikkeld en het gaat steeds sneller, juist omdat als het er eenmaal is, iedereen er iets mee kan doen, zolang je je maar aan bepaalde standaarden houdt.

* Het kan nog kleiner, namelijk een duizendste satoshi, maar dat is nog niet relevant voor gewone betalingen

Christie’s verkoopt ‘onvervangbaar’ digitaal kunstwerk

Christie’s verkoopt ‘onvervangbaar’ digitaal kunstwerk

Veilinghuis Christie’s heeft sinds 25 februari 2021 iets bijzonders in de etalage staan: een digitaal kunstwerk als non-fungible token of NFT. Ofwel een onvervangbaar digitaal kunstwerk. Alsof je de verfstreken van de Rembrandt kunt voelen omdat je de eigenaar bent. Maar dan digitaal. Iedereen kan ernaar kijken, alleen de eigenaar kan er verder iets mee doen. Of het per ongeluk kwijtraken.

Waar is dat kunstwerk dan? Het is vastgelegd op een blockchain, in dit geval die van Ethereum. Het beeldende deel is elders vastgelegd. Boeiend? Ja, voor digitale kunstenaars en de daaropvolgende bezitters van die kunst is dat zeker boeiend en misschien ook wel voor fysieke kunst. Maar voor ik daar verder op inga, eerst het kunstwerk zelf.

Everydays: the first 5000 days

De kunstenaar met artiestennaam Beeple begon op 1 mei 2007 met het plaatsen van een digitaal ‘kunst’werkje online. Zie ook een interview met Beeple, of Mike Winkelmann, zelf. Hij hield dat werkjes maken 5000 dagen lang vol tot 7 januari 2021, ofwel 13,5 jaar lang. Al die kunstwerkjes zijn samen in een groot digitaal beeld gevangen. De werkjes zelf heten ‘EVERYDAYS’, het totale werk heet ‘EVERYDAYS: THE FIRST 5000 DAYS’, iets dat mij sterk doet denken aan ‘Debt: the first 5,000 years’ van wijlen antropoloog David Graeber. Of die verwijzing ook zo bedoeld is, weet ik overigens niet.i

De artiest Beeple is een bekende bij bepaalde groepen op internet. Wat interessant is aan dit werk is dat de vooruitgang van de kunstenaar goed zichtbaar is. Ergens voelt het een beetje als een ready made, denk aan Marcel Duchamp met zijn pispot in het museum.

Het eerste plaatje dat Beeple maakte, is een balpenschets van zijn ‘Uncle Jim’ die hij als nickname ‘Uber Jay’ meegaf. Het is interessant de ontwikkeling van de kunstenaar te bestuderen. Doordat hij elke dag een plaat maakt, is het ook een document van de tijd. Later in het proces gaat Beeple in 3D werken en maakt steeds meer politiek beladen cartoons die ook allemaal per stuk te koop zijn (of waren) via beeple-collect.com als NFT’s.

Bij Christie’s wordt nu het werk met alle 5000 afbeeldingen geveild met een startbod van 100 dollar. Op moment van schrijven (vijf uur later) staat dat bedrag op 1,8 miljoen dollar. Internettijd is wat dat betreft anders, zeker als crypto-enthousiastelingen zich ermee gaan bemoeien. De nouveau riches van nu.

Digitale kunst en eigenaarschap

Digitale kunst bestaat al sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw. Het bestaat in zeer veel vormen met elk hun eigen voor- en nadelen. Een groot nadeel dat vrijwel alle digitale goederen delen is dat eigenaarschap vastleggen erg lastig is: kopiëren is immers wel heel makkelijk. Een één-op-één kopie is zo geregeld, zeker van beeld, geluid of een videogame. Hoe bewijs je dan dat jij de eigenaar bent van het digitale goed? Door te bewijzen dat je de juiste sleutel hebt. Dat systeem bestaat al langer, maar sinds de komst van Bitcoin, een waardelaag op internet, is het ook voor iedereen bereikbaar en door niemand te stoppen. Alleen zijn bitcoins geen niet-fungibele tokens maar juist fungibel, ofwel onderling inwisselbaar. De ene bitcoin is net zoveel waard als de andere, een klein stukje daarvan ook, net als bij gewoon geld. Bij kunst wil je die inwisselbare eigenschap liever niet.

Al vroeg in het bestaan van bitcoin zagen zogenaamde colored coins het levenslicht, een heel simpele versie van NFT’s bovenop de bitcoin-blockchain. Het duurde nog tot de komst van de ethereum-blockchain voordat zich een ware mini-hausse zou ontwikkelen rond de eerste echt bekende NFT’s: CryptoKitties. Dit kon vooral gebeuren omdat er een speciale standaard was ontwikkeld die het maken van NFT’s makkelijk maakte, vergelijk het met de komst van de verftube die aan de basis stond van het impressionisme: ineens hoefde je niet meer de verf te mengen op moment van gebruik, maar kon je het voorbereiden en in een tube stoppen. Hierdoor kon je de verf veel makkelijker meenemen naar buiten en zo makkelijk overal schilderen. Vergelijk dat met zo’n tokenstandaard die voor een kleine hype in NFT’s zorgde. Op het hoogtepunt werden astronomische bedragen neergeteld voor sommige katjes. Founder Cat #18 verwisselde bijvoorbeeld van eigenaar voor 253 ether (de munteenheid van het ethereumnetwerk, omgerekend in september 2018 110.000 dollar).

Vervolgens stortte alles wat met blockchains te maken had in, althans voor het grote publiek. Achter de schermen werd lustig doorgewerkt aan protocollen, ideeën, en wat al niet meer.

NFT-markten

NFT’s zijn dus vooral uniek, zoals vrijwel alles in ons analoge leven. Zelfs je telefoon is uniek, al hebben 100.000 mensen dezelfde; wat erop staat maakt dat die telefoon echt niet van iemand anders is. Je vingerafdruk maakt hem volledig van jou. Net als de geheime sleutel waar alleen de bezitter van de NFT over beschikt. Verkoop je de token? Dan zorg je er met de geheime sleutel voor dat je de token over kunt dragen aan iemand anders. Daarna kan alleen die persoon er nog wat mee, jij niet meer. Een beetje vergelijkbaar met het verkopen van je telefoon: alleen jij kunt hem ontgrendelen om de data te wissen en het weer tijdelijk tot niks meer dan een product te maken. Na de verkoop personaliseert de nieuwe eigenaar de telefoon en is die weer verworden tot een uniek apparaatje.

Je kunt je voorstellen: daar is een markt voor. Er is een enorme markt voor unieke items, voor digitale kunst. Maar de grootste markt is vermoedelijk die voor items in videogames, al neemt die markt nog steeds geen vlucht buiten de gameplatforms zelf. Eigenaren van gamestudio’s geven die macht niet bepaald makkelijk uit handen.

Inmiddels zijn er heel wat online handelshuizen voor digitale kunst, zoals OpenSea en MakersPlace. Maar technisch gezien zijn die niet nodig, ze zijn vooral handig om de kunst te vinden, te verhandelen en inmiddels ook om zelf NFT’s aan te maken. En nu dus voor het eerst (voor zover mij bekend) wordt zo’n NFT door een oudewereldveilinghuis verhandeld.

Daarnaast wordt steeds meer fysieke kunst ook als NFT opgeslagen, zoals via Artory waar Christie’s ook gebruik van maakt. Ik heb overigens wat moeite met fysieke zaken koppelen aan blockchains door er een zogenaamde ‘digital twin’ van te maken, maar het is wel handig voor het volgen van eigenaarschap. Het maakt het mogelijk lastig om in de toekomst kunst te verkopen waarvan de eigenaar de geheime sleutel niet bezit om het kunstwerk daadwerkelijk over te dragen.

Typische zaken

EVERYDAYS: THE FIRST 5000 DAYS is een project dat bestaat op de ethereum-blockchain. Je kunt het zelfs met ether kopen bij Christie’s, maar dan zijn er wel wat bijzondere restricties waarbij cryptovalutafanaten de wenkbrauwen zullen optrekken: de ether in kwestie moet van een account komen van een zogenaamde cryptowallet in beheer van bepaalde Amerikaanse bedrijven, zoals Coinbase, Gemini Trust of Paxos. Dat geeft de mogelijkheid te bewijzen dat jij de bezitter van de ether in kwestie bent en dat gaat mijnsinziens in tegen het hele idee van een open internet. Aan de andere kant kan de nieuwe eigenaar van het werk het weer doorverkopen zonder dergelijke restricties.

Van het bestaan van het 5000 DAYS-project had ik nog niet gehoord voordat ik vandaag per ongeluk in een NFT-tokenbabbel terechtkwam op Clubhouse. En in die club zaten niet de minsten, waaronder CZ, de oprichter van Binance, het grootste cryptovalutahandelshuis. Hij zat daar niet voor niets, hij was zelf nog maar net begonnen met het ontdekken van NFT’s wist hij te melden. Maar aangezien de zogenaamde Binance Smart Chain grotendeels een exacte kopie is van ethereum en daar al heel wat gaande is met NFT’s, denk ik dat hij daar niet voor het laatst mee in aanraking komt…

Eerder maakte ik een podcast over een ander NFT-project ‘Is It Copernicus’. Een project met de vraag of het kunst is, of juist iets om van te leren.

i Aangezien het werk veel politiek beeld bevat, zou het me niks verbazen. Graeber werd onder andere bekend bij het grote publiek door zijn betrokkenheid bij de Occupy Wallstreet-beweging en het boek ‘Bullshit jobs’

Charmante manier om seeds (op) te slaan

Charmante manier om seeds (op) te slaan

Je seed opslaan, die twaalf of 24 woorden om je cryptovalutawallet terug te kunnen halen in geval van calamiteiten, zoals een kapotte telefoon, een gecrashte computer of een defecte of verloren hardwarewallet. Die seed is immers het belangrijkste ding in de cryptovalutawereld. Maar dat ene papiertje kan nat worden, kan verbranden of gewoon wegwaaien. Is daar niet iets anders op te verzinnen? Ja, het papier plastificeren en in de brandkast* leggen. Of graveren in metaal en dat veilig opslaan in een kluis. 

Er bestaan heel wat, soms vrij kostbare, opslagmethoden voor je mnemonic key of je seed in metaal, ook wel metal crypto wallets genoemd of vergelijkbare terminologie. Sommige van die dingen hebben zelf ook weer slimme systemen om de seed nog lastiger te ontdekken met allerlei ontcijfermethoden. Jameson Lopp maakte een mooi overzicht met verschillende metalen backupmethoden op GitHub

Een van die manieren is in mijn ogen mooi en simpel, bijna charmant te noemen. Men neme doodordinaire roestvrijstalen ringen, ook wel ‘carrosseriering’, maatje M8. Een set slagletters en cijfers van 3 millimeter en eventueel nog een leuk ge-3D-print malletje om de boel netjes op je ringen te slaan, zoals de mal van Blockmit waar ik het voor het eerst zag.

Vervolgens een bout en moer en je hebt een heel goed opslagsysteem, bestand tegen water en brand. En heel veel vervelende chemicaliën. 

In mijn ogen een praktische oplossing. Niet omdat ie weinig kost, maar omdat het zo effectief is. 

Al die andere methoden vereisen één aankoop per seed. Als je eenmaal een hamer en de slagletters hebt, kun je in feite altijd maar doorslaan, zolang je ringetjes hebt. En die zijn overal te krijgen. 

We testten met Blockdam begin 2021 het slaan van deze ringetjes uit op locatie in de Beurs van Berlage. Helaas was er geen echt heel stabiele ondergrond in de beurs te vinden (een platte stenen of metalen ondergrond zoals een aambeeld is aan te bevelen), maar dat mocht de pret niet drukken.

Edit: gebruik een echte hamer met metalen kop + een aambeeld (bijvoorbeeld een gewicht van een dumbbell)

* een brandkast is een kast die tegen hoge temperaturen kan, een gewone kluis is niet per se een brandkast, let daarop als je een kluis overweegt

Bitcoin-munt, geen echte bitcoin. Bitcoins bestaan alleen digitaal.

Bitcoin, de media en de ‘oude’ economie

Op en neer, dat doen koersen. En de laatste tijd gaan die van bitcoin en vele andere cryptovaluta weer met dubbele cijfers omhoog of naar beneden ten opzichte van ’traditionele’ valuta. Hoog tijd voor alle niet-gespecialiseerde media om weer eens met verhalen te komen rond die muntjes met bitcoin als aanvoerder.

Die verhalen gaan vrijwel nooit over de achterliggende technieken of bijzondere eigenschappen ten opzichte van ‘gewoon’ geld. Ze gaan over geld, of eigenlijk over het huidige geldsysteem en de daarbij behorende problematiek. Ze gaan niet over het feit dat in bitcoin als protocol al een systeem ingebakken zit dat automatisch alle transactiegegevens bijhoudt. Je hebt niet eens meer een ingewikkeld en duur internationaal systeem nodig dat alle transacties bijhoudt, nee, dat zit al in het waardesysteem zélf.

De vragen gaan nog steeds over of het wel veilig is als belegging, want waarde. Het gaat niet om de vraag hoe waarde functioneert in een systeem dat zo eindig is in aantallen als bitcoin. Meer dan 21 miljoen bitcoins zullen er immers nooit zijn, al kun je die gelukkig wel heel ver achter de komma opdelen. De zoektocht van veel media is nog steeds naar de nieuwe cryptomiljonairs en naar de verliezers, de menselijke verhalen. Die zijn soms heel interessant, luister bijvoorbeeld naar de BBC-podcast over ‘crypto’scam OneCoin in ‘The Missing Crypto Queen‘, maar in het grote geheel echt niet zo relevant.

De vragen gaan over de traagheid van het systeem, en niet over de reden waarom de basis zo traag is. Overigens is dat ’traag’ al opgelost met lagen bovenop het bitcoinnetwerk zelf. Over al die eigenschappen gaat het niet. Het is ook lastig, het is niet alleen een technisch systeem dat je moet doorgronden, je moet ook nog eens alles loslaten wat je weet en voelt bij centrale systemen. En als klap op de vuurpijl blijft het verhaal over het piramidespel terugkomen. Of de tulpenmanie. Of allebei.

EenVandaag

Donderdag 7 januari mocht professor van de VU economic and monetary policy en econoom bij de Rabobank Wim Boonstra aantreden bij NPO Radio 1. Hij mocht zijn licht laten schijnen over bitcoin. Een citaat uit de bijbehorende tweet van EenVandaag: “We kunnen niet met z’n allen slapend rijk worden” waar podcasthost Bart Mol van Satoshi Radio gevat op reageerde met een tweet: “Dat hoeft ook niet. Zolang we maar niet slapend arm worden.” 

Voor een analyse van het gesprek op EenVandaag, zie het uitgebreide twitterdraadje dat Peter Slagter van LekkerCryptisch.nl hierover schreef.

Natuurlijk, er zijn mensen die door bitcoin en andere cryptovaluta nu meer dan puissant rijk zijn. Zo gaat dat vaak met nieuwe vindingen. Die zullen hun bitcoins uit moeten geven om dingen te kopen. Maar je ziet al: voor je het weet hang je weer in het ‘kijk eens, rijke mensen!’-verhaaltje. Terwijl er hier in Nederland vooral wordt gewerkt aan het tegenwerken van mensen die met deze systemen bezig zijn zonder dat ze daar nu direct multimiljonair van worden. 

Dit gaat om begrip van het systeem. Begrip dat je er heel interessante dingen mee kunt doen, zoals het heel snel en supergoedkoop faciliteren van internationale betalingen. Dat kan namelijk want het systeem is er al. Het ligt er en iedereen kan het gebruiken. Iedereen kan met heel weinig moeite geld overmaken naar iedereen met een telefoon over de hele wereld. Zonder een bank en zonder noemenswaardige kosten.

Leest u dat. Zonder een bank. En toch zou het zomaar eens kunnen zijn dat systemen als bitcoin de laatste redding van de traditionele bank gaan worden, namelijk als vertrouwd instituut om ze te helpen op te slaan voor klanten. 

Maar dat mogen de banken zelf gaan verzinnen als ze gestopt zijn met het proberen te dwarsbomen van een systeem dat er is en, een andere interessante eigenschap, eigenaarloos is waardoor het ook niet weg te krijgen is. Je kunt het lastig maken met regeltjes, bijvoorbeeld om van fiat geld naar bitcoin, maar dan stoppen de gebruikers toch gewoon met naar fiat geld gaan? 

Waar zien we dat al gebeuren dan? Bij bedrijven die vooral niet in Nederland zitten en wel in de Verenigde Staten. Bijvoorbeeld Strike, een bedrijf dat het zogenaamde Lightning Network gebruikt. Dit is een netwerk dat als het ware bovenop het bitcoinnetwerk ligt. Met dit netwerk kun je praktisch zonder transactiekosten toch supersnel (kleine) stukjes bitcoin aan elkaar overmaken. Dat netwerk gebruikt dit nieuwe bedrijf Strike om mensen over de hele wereld de mogelijkheid te geven vrijwel direct geld in verschillende valuta naar elkaar over te laten maken. 

Het is niet de vraag óf je als traditionele bank verdwijnt omdat in elke niche wel een fintechbedrijfje springt dat het mooier, beter en sneller doet. Het is de vraag wanneer je helemaal verdwenen bent omdat je maar bleef roepen dat het ‘geen geld’ is. Misschien is dat het ook niet, althans niet in de traditionele zin van het woord. 

De vragen die Suzanne Bosman en Lammert de Bruin stelden aan Boonstra waren overigens niet slecht. Je hoorde al een soort van scepsis in hun intonatie met betrekking tot de antwoorden die hij gaf. Ze hadden alleen door kunnen vragen. Ze hadden kunnen vragen of hij misschien in een notendop zou kunnen uitleggen hoe bitcoin werkt, ongeacht of het in zijn ogen een nuttig financieel instrument is of niet. Dan hadden we waarschijnlijk kunnen vaststellen dat dit niet het geval is en dat hij daar zat op zijn merites van professor aan een universiteit en die van econoom verbonden aan een grote Nederlandse bank. 

Goede, inhoudelijke gesprekken en bijbehorende kritiek, dat is natuurlijk nooit weg en belangrijk om ervoor te zorgen dat wet- en regelgeving een beetje in de pas blijft lopen met wat er in de maak is in plaats van rücksichtslos regels gestoeld op de ‘oude’ economie op totaal andere systemen te plakken. Dat maakt niet alleen bitcoin beter en sterker, maar ook de samenleving zelf.

Als je dan voor de zoveelste leutert over een piramidespel, wat het aantoonbaar níet is, tja. Dan ben je wel een beetje ‘af’.