From pedalling to e-pedalling and back

Short story about making the switch (and when not to)

My old city bike, aka a beater in English, is the most important mode of transport in my life. Apart from my own legs, which the bike cannot do without, nothing comes close to the importance of my steel steed as the Dutch tend to say. Okay, I have to admit mine is aluminium.

VanMoof No 3 met Swytch Bike kit met accu voorop en Valkental fietstas aan originele bagagedrager. Fiets staat op een besneeuwd wegdek voor de Hempont in Amsterdam.
VanMoof No 3 with Swytch kit and battery (photo: 19 January 2024, location Hem Ferry, Amsterdam)

Yet sometimes other means of transport are also convenient, necessary or practical. A train covers long distances quickly and usually comfortably. So can a car, especially if the destination is far beyond the reach of public transport or if you need to carry a lot of stuff.

On a bicycle, distance is definitely a thing, unless you see it as a sporting activity. On those intermediate to long distances, a tram, metro or bus can offer a solution, but then you are dependent on departure and arrival times and the total duration is also often long, especially if much of the journey is within a city.

You could grab a (rental) car or scooter, both space guzzlers in the city. Or an electric bike. But yes, a city bike AND an e-bike, that’s not practical for the limited space in the city either.

How about just an e-bike? Expensive and especially vulnerable in the city. And above all, I don’t want to move less on all short or medium trips, say between a few hundred metres and six kilometres. I normally cover the latter distance by bike on average in about 20 minutes. You also know: once that electric motor is there, you start using it.

Swytch campaign and back pedal brakes

Until one time, by chance, I stumbled across an Indiegogo project from the UK called Swytch: convert your existing bike into an ebike. I was too late for that first version, but signed up for later projects. By early 2022, I was finally on a waiting list for the second version.

There was one thing though: no one from the helpdesk at the time could give me a satisfactory answer to the question of whether and how the system works on a bike with coaster brakes (back pedal brake), a very common type of brake on city bikes. “Maybe you should still install a front handbrake, one of those simple ones that brakes on the rim” was the idea of one of the helpdesk staff.

There was only one way to find out: try it. No problem in hindsight and having experienced how the system works myself, I don’t understand how they couldn’t have figured out that this just works. But then again, chances are that most helpdesk staff have never held such a kit in their hands themselves, let alone put it together… So it works just fine. Incidentally, I didn’t know that putting an electric motor on a bike is actually that simple either, good learning curve.

What could be against using a back pedal brake? Maybe at higher speeds you slip more easily? I also occasionally have that with regular cycling and and slippery road from rain for example. American websites mostly see them on children’s bikes and have the idea that you wouldn’t be able to brake in a controlled way with a coaster brake, I don’t have that experience myself (and if I cycle with too much stuff, I can’t always reach handbrakes properly either, but yes, cycling with too much stuff might not be a good thing either). In Germany, I have still sometimes come across rental bikes with coaster brakes and a front handbrake.

But over all: my current ride – the Swytch Air Max and the old VanMoof No. 3 – rides really top notch, with and without the electric drive. I do feel that if you don’t take the battery off completely, the motor gives more resistance, even when completely switched off (should try to find out how much watt the motor takes with and without the battery attached, if anyone has a nice setup to test that :) ).

Actually, one would want to make an open-source version of this, an open-source (electric) bike. A bike entirely from standard parts and standard sizes, I mean, there are a gazillion (too) cheap wheels with built in electric motors out there on certain websites. But unfortunately, I don’t think that idea is very original and I mostly see a lot of defunct projects when I look around a bit online….

Wel of niet elektrisch fietsen?

VanMoof No 3 met Swytch Bike kit met accu voorop en Valkental fietstas aan originele bagagedrager. Fiets staat op een besneeuwd wegdek voor de Hempont in Amsterdam.

Soms wel, vaker niet. Dat is de enige conclusie die ik voor mijzelf kan trekken na enkele maanden gebruik van een soort van semi-elektrische VanMoof, waar ik eerder over schreef. Ja, een No.5. Dat was allemaal nog een dingetje, maar daar kom ik later op.

De stad: niet elektrisch

Ik woon binnen de ring van Amsterdam en eigenlijk is de conclusie: als ik elektrische ondersteuning heb, fiets ik echt te hard. Het is natuurlijk een simpel dingetje die Swytch-conversiekit (PDF): het systeem meet de draaisnelheid van je trapas, dus als je heel snel trapt, ga je ook best snel, maar niet sneller dan je zou kunnen met je ketting natuurlijk. Luxe middenmotoren kunnen waarschijnlijk veel preciezer allerlei dingen instellen met snelheid en dergelijke, ik kan alleen nog meer procenten ondersteuning geven. Laatst een keer meer ondersteuning gebruikt met windkracht 7 tegen de Schellingwouderbrug op, maar verder is de laagste stand prima.

Het grootste deel van de tijd heb ik de accu niet op de fiets zitten. Scheelt weer gewicht. Ook heb ik het idee dat, zelfs als het systeem echt helemaal uit staat, er toch enige energie teruggewonnen wordt door het voorwiel (dat doet het zeker als het systeem aanstaat, maar de trapondersteuning zelf uit: dan trap je echt beduidend zwaarder en zie je ook langzaam de energiemeter van de batterij weer oplopen). Misschien is het psychisch, dat kan best, maar met de accu er helemaal af heb ik het idee dat er zo min mogelijk weerstand is van de elektrische aandrijving. Eigenlijk praktisch nul. En aangezien de fiets zelf een ‘single speed’ is, heb je ook geen weerstand van versnellingen en dergelijke.

Daarbij komt dat je de accu er toch af moet halen als je de fiets parkeert in de stad, dus is de logische keuze vaak: helemaal niet mee.

Stad en ommeland: een klein beetje hulp zo af en toe

Voor de wind een kilometertje of 13 op de stadsfiets gaat nog prima, maar hetzelfde stuk tegen de wind in klinkt al heel anders… Echt heel veel tijd scheelt het niet, tussen de 5 en 10 minuten misschien, het voelt wel heel anders als je 40 minuten volledig zelf trapt of een groot deel daarvan toch een beetje hulp krijgt buiten de binnenstadse taferelen.

Ook merk ik dat ik makkelijker naar plekken ga waar ik normaal een auto voor gepakt of gehuurd had (duur ook nog eens), nu denk: ach, ik trap wel even.

Ideale dual-fiets?

Eureka! Dacht ik. Ik heb het gevonden! Dacht ik. Een makkelijk plaatsbare en afneembare accu om zo van een goede stadsfiets een langeafstandsfiets te maken. Helaas, dat is al bedacht. Niet alleen als conversiekit door Swytch, maar ook door een Duits bedrijf Lemmo. Dit laatste bedrijf blijkt na wat rondzoeken op internet al bedacht te hebben wat voor fiets ik zou willen maken. Ik kwam zelfs advertenties tegen waarin deze Berlijnse startup zich vergelijkt met een bepaald merk dat toen net failliet verklaard was. Ze vinden overigens dat ze alles veel beter doordacht hebben, maar net als VanMoof: standaard geen normale bagagedrager (die ik inmiddels tweedehands heb bemachtigd voor de fietstassen, dat had ik 14 jaar eerder moeten doen)!

De No. 5 is nu de No. 3

In het vorige stukje over de elektrische vraagstukken uit mei 2023 schreef ik dat de trapas van mijn VanMoof No. 5 stuk was en dat ie bij de fietsmaker stond. Ik had die fiets net verder helemaal opgelapt, alleen de trapas moest nog. Nou, die zat volledig vastgerot. Het ijzer van de trapasbehuizing was helemaal vergroeid met het aluminium van de fiets zelf. Zat duidelijk geen vet tussen bij de plaatsing… (tekst gaat verder na afbeelding)

Vastgerotte traps

Ik heb hem zelfs nog naar een fietsenmaker gebracht die iets meer durfde dan de fietsenmaker waar ie eerst stond. Ze mochten alles proberen om het ding los te krijgen, al was het aantal mogelijkheden ook beperkt door het aluminium frame. Als ie niet los kwam, dan had ik er toch niks meer aan. Uiteindelijk is het gewoon niet gelukt. Pech en vooral jammer.

Maar ik had nog een frame van een VanMoof No. 3 buiten staan met het doel er ooit een leuk klimoprekje van te maken. Dat frame (een VANMOOF 301 BRUSH SILVER – red decal R2GO volgens de factuur uit februari 2010) had ik ooit afgedankt omdat daarvan het trapashuis uitgelubberd was doordat de trapas niet tijdig vervangen was… (die zat dus weer niet vast genoeg). De fietsenmaker had toen gezegd: de schroefdraad van het frame is te ver beschadigd, een volgende trapas zal er snel weer uitvallen, helaas, niet te fiksen, want aluminium. Maar in de zomer kwam ik iemand tegen die zei: er zijn speciale trapassen die je in een kapot huis kunt doen. Zo gezegd, zo gedaan, voor 15 euro een M-wave Vervangende Trapas Jis 113 mm Zilver gekocht en geplaatst.

Vervolgens alles weer op de fiets gezet, de Swytch-kit erop gemonteerd en: werken. Enige nadeel is dat het stuur me net iets te sportief laag staat en dat kan, oh ironie, niet hoger want: vastgeroest in z’n huis. Overigens kan ik die natuurlijk afzagen en het niet vastgeroeste stuur van de andere erin verwerken…

Waarom zo veel moeite voor een fiets?

Dingen fixen is leuk. Als je daar niks aan vindt, dan moet je niet aan zulke projecten beginnen. Misschien komt het ook wel omdat ik die ouwe VanMoofs gewoon echt iconische fietsen vind. De gebroeders Carlier hadden daar puike ideeën over. En die eerste versies gebruikten nog gewoon off-the-shelf onderdelen van Shimano en andere grote fabrikanten.

De geïntegreerde lampjes, het strakke design, het praktische voor in de stad: niets kan kapot. Het heeft heel veel latere fietsenbouwers geïnspireerd, de halve stad rijdt nu rond op fietsen die er allemaal best wat van weg hebben.

Al met al heb ik nu een goed werkende elektrische VanMoof No. 3 en een persoonlijke conclusie over het gebruik van elektrische fietsen in de stad. Grotendeels onzin. Tenzij je andere ongemakken hebt waardoor je anders niet zou kunnen fietsen. Misschien toch eens aan de geofencing…

Lieve Nederlandse media: ga naar Mastodon

Fediverse-mastodon screenshot

De opdracht is heel simpel: ga naar Mastodon en stop met Twitter. Ja, jullie hebben gehoord dat Mastodon heel ingewikkeld is en dat jullie zelf ‘instances’ moeten opzetten. Ook hebben jullie gehoord dat het lastiger zoeken is dan op door machtige mannen beheerde platformen. Gooi dat overboord en begin.

Wat moet je doen?

Ga naar mastodon.nl en maak een account.

Klaar.

Nou ja, bijna, zet de link op de plek waar vroeger het trotse Twitterlogo stond op de site van je medium.

En begin. Zeg tegen je medewerkers dat je daar zit, vraag ze je te volgen. Het te delen. Heel simpel, zoals het ook ooit in 2007 (!) met Twitter begon. En het inmiddels door god en iedereen verlaten Facebook. En Hyves.

Stap 2

Ga naar instellingen aan de rechterkant van je scherm en vink daar ‘geavanceerde webomgeving inschakelen’ aan, even rechtsboven ‘Opslaan’ klikken, en terug naar Mastodon. Dan kun je naar hartenlust allemaal kolommen aanmaken met mensen die je wil volgen, onderwerpen (#hashtags) die je wil volgen, enzovoort. Het is echt geen raketwetenschap.

Stap 3

Bijna heel het land is nu op vakantie. Alle tijd geen haast te maken. Intussen mag de ict-afdeling gaan uitzoeken hoe het nou echt zit met die instances (of: bel de Waag, spreken Nederlands en zijn heel benaderbaar, echt niet eng en misschien mag je wel voor een kopje koffie langskomen).

De ict’ers mogen ook uitzoeken hoe je nou een groen vinkje bij je website krijgt waardoor je bewijst dat het inderdaad écht een account is van je krant, magazine, tv-programma, podcast, radioprogramma of YouTube-kanaal (is ook best makkelijk, maar je moet wel de mogelijkheid hebben een klein stukje code toe te voegen waar de meesten dat niet mogen).

(tekst gaat verder onder afbeelding)

Groen vinkje bij mijn persoonlijke website door het invoegen van een klein stukje code op je eigen website

Het gevolg

Vanaf nu is het ineens superduidelijk voor iedereen waar ze moeten zijn om een opmerking te maken over je programma, uitzending of stukje tekst. Geen gedoe meer met ‘dat heeft op Twitter, oh nee, X, gestaan’. Of schreeuwende ‘opiniemaker’ nummer zoveel die ineens de waarheid wordt toegedicht.

Heel simpel: “Reageren? Vragen? U kunt ons vinden op Mastodon.”

Even wennen? Ja, maar mensen wennen snel hoor. Echt. Ze zijn niet dom, al doen ze wel graag alsof.

Kritiek

Ja, zoeken is wat lastiger (wordt ook hard aan gewerkt, maar er is geen miljardair die even 100 mensen op het beter ontwikkelen van zo’n functie zet, en echt, ga #hashtags gebruiken).

Het zou ook minder gezellig zijn omdat er geen door een algoritme bepaalde tijdlijn is. Tja, dat had ik bij Twitter ook niet, misschien dat het daarom weinig anders lijkt. Gaat vast iemand iets op vinden.

Je hoort ook veel gedoe over wel of niet vrijheid van meningsuiting. Er zijn inderdaad instances (niet de instance ‘mastodon.nl’) die heel snel zijn in het niet meer laten zien van andere instances op hun lokale of globale tijdlijnen of mensen of instances blokkeren. Relevant? Voor een zeer bescheiden groep. En er zitten zo veel mitsen en maren aan, zo veel instelmogelijkheden en nog eens zo veel andere kanten, dat het niet de moeite is je erin te verdiepen, tenzij je er echt mee te maken krijgt. En de mensen die ermee te maken krijgen, tja, die weten eigenlijk heel goed waarom vermoedelijk.

Het spelletje-van-de-miljardairs

Inmiddels zijn er andere twitterachtige systemen verschenen. Allereerst verscheen Nostr, dat is megadecentraal, anarchistisch en nog veel meer. Heel interessant, maar als je het nou over onbruikbare systemen voor de massa hebt, is dat Nostr. Ik blijf het volgen, meen zelfs dat je het al kunt integreren met Mastodon, niet in de laatste plaats omdat het ook open source is.

Daarna kwam oud-twitterbaas Jack Dorsey met Bluesky. Gaat op het eerste gezicht vrij netjes om met persoonlijke data en is vast op het oog toegankelijker dan Mastodon (als je er op weet te komen). Toch blijft het een platform van een excentrieke miljardair. Eentje die ik overigens wel mag geloof ik, maar ja, wie kent zo’n man nou echt hè?

Ons aller Mark Zuckerberg wist snel honderden miljoenen gebruikers te ‘strikken’ met Threads door het gemakzuchtig te koppelen met Instagram. En alleen via een app die ook nog eens alles van je wil weten wat er op je telefoon gebeurt. Threads is dus ook van een miljardair die vooral vindt dat hij niks fout doet met Facebook en verkiezingen. Tja.

We hebben allemaal kunnen zien hoeveel platforms er in de afgelopen jaren zijn verdwenen of zodanig zijn veranderd dat ze niet meer bruikbaar zijn. Uiteindelijk komt dit door hoe het werkt op protocolniveau: als je er zelf geen systemen op kunt bouwen en met elkaar kunt blijven praten, dan verwatert het op den duur toch.

E-mail wordt nog steeds gebruikt omdat niemand het op protocolniveau bezit. Iedereen kan een e-maildienst beginnen of een eigen e-mailadres de lucht in slingeren. De meesten gebruiken daar andere diensten voor, maar het kán wel. Je werk-e-mail werkt vermoedelijk zo. Of die van je eigen website.

Met andere woorden: stop met kiezen voor miljardairs, kies voor de gemeenschap, want daar draait het in de echte wereld nou eenmaal om.

PS: Apps

Er is één dingetje dat Mastodon ingewikkeld kan maken: welke app zet je op je telefoon? De ‘echte’ mastodon-app is vrij kaal. Velen gebruiken dan ook andere apps. En dan kan het wel eens wat verwarrend worden. Dat geef ik toe. Ik gebruik Tusky op Android. Welke op iOS goed is, weet ik niet, ik meen Ivory? Als ik erop google dan eh… tja, dan zijn er te veel ;)

PPS: en als je je afvraagt waarom bij het ene plaatje scicomm.xyz staat en de andere mastodon.nl, ik heb drie verschillende ‘instances’ (servers) gebruikt om te proberen, maar dat hoeft dus niet, ik ben computernerd en jullie niet (begon met scicomm.xyz, daarna een eigen instance bij osrx.chat en nu op mastodon.nl waar ik denk ik gewoon blijf).

Vouwbaar ledlicht, USB-C laden? Ja en nee

Minstens 8 jaar geleden kocht ik een LED-werklamp bij Lidl. Het ding doet het nog, maar de batterij begint wel echt op z’n eind te raken. En de lichtstaaf heeft nog een ander nadeel: een aparte eigen lader.

Sinds USB-C bestaat, zijn gelukkig steeds meer apparaten daarmee op te laden. Ik heb nu één goede USB-C-lader die altijd in mijn rugtas zit en tevens mijn enige Apple-product. Max laadvermogen: 96,35 watt. Mooi, dan laadt ie dus mijn laptop, telefoon en in feite natuurlijk alles waar een USB-C-stekker in past.

Toch?

Nee, helaas. Ik kocht een vervangende lamp voor het oude Lidl-licht. Bij de Action. Niet per se heel trots op, maar het was zo goedkoop dat ik het niet kon laten liggen, namelijk €5,95. Bij aanschaf schoten allerlei ideeën door mijn hoofd van: kan dit wel? Mag dit wel? Hoe kan dit zo goedkoop? Enzovoort en zo verder. D’r lag nog een naast, nog goedkoper, €4,85, modelletje bouwlamp en die kon ik ook niet laten liggen.

Die laatste had ik inmiddels elders ondergebracht, op een plek waar dit soort mobiele lampen handig is. De vouwbare LED Folding Light lag nog thuis. Na wat gebruik was ie al vrij snel leeg. Ik had hem toch aan de lader gehangen? Nou ja, nog een keer. Het mocht niet baten. Ding teruggebracht: jammer, kreeg zonder een vraag direct mijn geld terug.

Inmiddels vertoonde de andere lamp ook kuren: duidelijk gevalletje einde latijn zo zonder energie. Ook die wilde niet laden. Raar. Heel raar. Getverdegetver, het was te mooi om waar te zijn!

Of toch niet?

Goedkoop is duurkoop zeggen ze wel eens, ik denk dat hier vooral oud of in ieder geval goedkoop spul in verwerkt zit, vermomd met een moderne aansluiting. Hoe ik daarbij kom? Nou, wat wil het geval: ik gebruikte de Apple powerlader voor mijn laptop en zag in het kastje ook nog een USB-A (de platte, grote, die lang standaard was) naar USB-C-kabeltje liggen. Ik plugde het kabeltje in een oude telefoonlader, nog een zonder communicatiemogelijkheden. Aan of uit, de enige twee opties.

En waarachtig, er bleek een klein lampje naast de USB-C-ingang van de bouwlamp-in-vermomming te zitten. En die brandde. Rood en uiteindelijk groen. Een duidelijk teken dat er iets gebeurde!

Hoog tijd het experiment aan te vangen. Het eindoordeel luidt: die dingen van Action, merk Werckmann, laden niet als je USB-C-USB-C laadt (ja, met meerdere laders/laptops/etc getest). USB-C heeft, voor zover mij bekend, de mogelijkheid informatie uit te wisselen met het apparaat dat het laadt en geeft geen power als er geen communicatie komt uit het te laden apparaat. Zo laadt mijn telefoon snel als ik een C-C-lader gebruik en ‘normaal’ als ik een A-C-lader gebruik. Bij C-C laden kan de telefoon ‘communiceren’ met de laadunit dat ie een bepaald maximaal vermogen aankan en als de lader-in-kwestie dat aankan, zal ie dat leveren.

Nou ja, weer een mysterie opgelost en Werckmann heeft gewoon ouwe USB-laadunits in hun dingen gestopt met een C-aansluiting-die-dus-eigenlijk-gewoon-een-Micro-USB-aansluiting had moeten zijn. Dan was dit probleem nooit langsgekomen (maar had ik ook die kabeltjes weer moeten hebben rondslingeren).

Dus toch een beetje pech: je kunt de dingen níet laden zoals je had gehoopt. Nou ja, het scheelt wel een groot zwart blok met een specifieke eigen aansluiting in de kast.

Ouwe fiets, gemotoriseerd

Oh, ironie. Ik zou de nieuwe elektrische motor alleen gebruiken als het écht nodig was. Dat ging dus direct al mis. Ik had hem zelfs nodig. Zonder kon ik eigenlijk helemaal geen kracht meer zetten op mijn pedalen door verrotte lagers in de trapas. 

IJzervijlsel uit verrotte trapas.
IJzervijlsel uit verrotte trapas

Hoe kwam ik nu toch, nadat ik mijzelf een jaar geleden naar niet-elektrisch fietsen toe redeneerde, bij een elektrische fiets? Dit ging als volgt. Ooit in 2017 was er een Indiegogo-campagne van een fietsconversiekit Swytch en kreeg daar ooit een bericht van. Later kwam ik het weer tegen door een marketing-email nadat de tweede crowdfundingcampagne ook succesvol was afgerond. 

Gôh, grappig, dacht ik. Misschien eens inschrijven voor de aankondiging voor een volgende keer. Medio 2022 was het zover: een e-mail waarin 50 procent korting geboden werd als je dan NU je initiële bestelling deed. Zo gezegd, zo gedaan. Een aanbetaling volgde. 

Ja, de oplettende lezer ziet: dit was al na mijn nee-ik-ga-niet-elektrisch-fietsen-verhaal. Het was vooral nieuwsgierigheid. Hoe werkt dat nou? Wat blijkt: ook een elektrische fiets is heel erg simpel. Dat leer je pas als je er zelf mee klooit. 

En ik had nog een reden: ik fiets erg vaak ongeveer de langst mogelijke afstand binnen de Amsterdamse ring, van zuidwest naar noordoost. Nou ja, bijna de langste. Prima, niet erg, alleen met tegenwind of een volgeladen fiets (met dat afneembare krat) is dat soms best vervelend. Dan pak je toch maar weer de (huur)auto, ook al kost dat technisch weinig minder tijd dan fietsen, maar wel heel veel minder fysieke energie. 

Conversiekit

Na vele maanden wachten kwam twee weken geleden de conversiekit binnen bij een DPD-afhaalpunt. Het regende pijpenstelen toen ik de doos ter grootte van een voorwiel ophaalde. Thuisgekomen de boel uitgepakt, een wiel-met-motor, een grote accu van 180Wh, de meest basic versie van het bedieningspaneeltje, een sensor voor het registreren van de cadans van je trappers en een magnetische schijf om de cadans überhaupt te kunnen doorgeven aan de sensor.

Een ding was ik een beetje huiverig voor: hoe werkt dat met een terugtraprem? Ik had het gevraagd bij de supportafdeling, maar ik geloof niet dat ik daar begrepen werd. 

Na alles geïnstalleerd te hebben, bleek ook een terugtraprem prima z’n werk te doen.

Dat onbegrip over zo’n rem snap ik wel trouwens. Vorige week zat ik in de tram en achter mij zat een Frans gezin. De dochter vroeg hoe het toch mogelijk was dat al die fietsen zonder rem fietsen hier. Moeder antwoordde dat ze hier geen handremmen hebben, maar dat de rem werkt door middel van terugtrappen. “Bizarre!” was het enige wat dochter uit kon brengen. 

Er is nog een ding waar ik wat huiverig voor ben: hoe houdt de boel zich 24/7 buiten? In de regen? In vrieskou of juist moordende hitte? Schijnen e-bikes niet zo fijn te vinden allemaal…

Afspraak

Ik had met mijzelf afgesproken dat ik alleen stukken ondersteund zou fietsen als ik écht ver moest, niet in de laatste plaats omdat een beetje stevig doortrappen mijn enige echte vorm van dagelijkse beweging is. Ook had ik begrepen van mensen die inmiddels alles op een elektrische fiets doen, dat hun conditie zienderogen achteruit holt (en ze dus ineens meer moeten sporten, waar ze geen tijd voor hebben en dus aankomen). 

Zoals ik al schreef ging dat alleen-ondersteund-fietsen-als-het-nodig-is een beetje mis. Mijn trapas ratelde af en toe al wel een beetje, maar nu gaf ie echt de geest. Helaas zijn goede fietsenmakers druk bezet, dus ik kon pas over een week terecht. 

Het is wel goed eigenlijk, zo’n week ondersteund trappen. Zo leer ik ook hoe ontzettend snel je lui wordt van elektriek peddelen. Thuislaten van de accu is de enige optie denk ik. Hij fietst praktisch niet zwaarder zonder trouwens, dus dat is het probleem niet. Ik denk dat het doel wordt dat deze wat afgetrapte VanMoof No. 5 uit 2013 transformeert in een soort van cargo-bike. Dan moet ik wel even een achterbagagedrager fiksen en afneembare fietstassen of iets anders, het afneembare krat zit al voorop. 

Nieuwe fiets

Inmiddels ben ik me ook al een tijd aan het oriënteren op een simpelweg betere fiets met goede versnellingen. Ik denk dat daar een grote slag te slaan is om ‘gewoon’ te kunnen blijven fietsen. Als ik daar dan hetzelfde systeem met fietstassen of iets vergelijkbaars op klus, kun je die ook nog overzetten. 

Wel is duidelijk dat het niet moeilijk is om jezelf duurzamer te vervoeren, maar dat er best nog een hoop obstakels zijn waardoor je snel kiest voor ouderwets ‘gemak’ (lees: de auto-die-je-toch-al-hebt).

PS

Wat zou er nodig zijn in een stad om anders te kunnen fietsen? Dus soms elektrisch, soms gewoon ‘sportief’? Ik mis bijvoorbeeld een goede fietsenstalling in de buurt. Die schijnen er vroeger geweest te zijn in portiekjes, maar dat zijn allemaal onderdelen van woningen geworden.

LLM’s, mensen en waarom we ons bedreigd voelen

A high speed train, the Thalys, from Paris to Amsterdam on a rainy day with rays of sunlight beaming through the clouds. Location: middle of French countryside in springtime. ƒ 1,4, award winning photography, by Greg

Weinig mensen leken zich in het verleden echt druk te maken over vertaalassistenten. Ze waren vooral handig. Dat hier ook zogenaamde Large Language Models of LLM’s achter zitten, kon maar weinig mensen iets schelen. Nou ja. Een kleine groep ontwikkelaars misschien.

Toen allerlei andere modellen later makkelijk plaatjes of tekeningen voor je konden maken, was er wel iets van verbazing bij het grote publiek. Jaloezie misschien. Maar ach, de meeste mensen kunnen, net als vertalen, ook niet (goed) teken of schilderen. Andere mensen kunnen dit vaak beter en die groep is ook klein. Weer veel te weinig mensen die zich echt bedreigd voelden.

Dus voor al die mensen die niet kunnen of willen vertalen of kunnen of willen kunnen tekenen, schilderen of digitale plaatjes maken, waren daar ineens mooie oplossingen: goede kunstmatigeintelligentiesystemen die probleemloos voor je doen wat je ze vraagt. 

Bijna niemand hoefde zich in ieder geval bedreigd te voelen. En als klap op de vuurpijl: geen vertaler meer nodig of artiest. Voer een tekst met de gewenste uitkomst in op een computer en klaar. 

Een andere niche, het uitschrijven van transcripties, daar voelden ook maar weinig mensen zich bedreigd. Voor journalisten en vele anderen vooral handig en een stuk goedkoper. Weer bijna niemand die zich bedreigd hoefde te voelen.

Tot kort geleden. Al maanden staan de media, alle, vol met teksten over ChatGPT en aanverwante, schijnbaar creatieve systemen met kunstmatige intelligentie. Deze natuurlijketaalprogramma’s die wel goede zinnen weten te vormen en zelfs informatie zo goed kunnen interpreteren dat er ook nog een logisch vervolg uitkomt, dat is echt andere koek. Iedereen voelt zich ineens bedreigd. Waarom? Omdat iedereen iets met taal doet. Zinnen vormen, woorden maken en wat al niet meer. Of het nou schrijven of spreken is. Scheppen of voordragen. Deze applicaties kunnen samenvattingen maken van teksten, tabellen maken uit een paar zinnen. Computerprogramma’s schrijven. En een nogal goed gesprek voeren. Plak daar plugins aan vast die er gesproken taal van maken, of wat je ook maar kunt automatiseren en de beer is los.

Je kunt ook opdrachten geven om dingen voor je te verzinnen. Verzin het avondeten. Schrijf een kort verhaal en doe dit in de stijl van Simon Carmiggelt. Zie onderstaand plaatje voor uitkomst (tekst gaat verder na beeld):

Prompt: Schrijf een kort verhaal van 150 woorden over een treinreis per Thalys van Parijs naar Amsterdam. Verwerk daarin een vertraging, lekker eten en wat opvallende uiterlijkheden van enkele passagiers. Doe dit in de stijl van Simon Carmiggelt (woensdag 3 mei 2023)

Daarnaast kan iedereen ineens beschikken over een persoonlijke assistent. Nou ja, bijna. Maar het zal niet lang meer duren. Sommigen zullen zich betaalde persoonlijke digitale assistenten kunnen veroorloven die – tijdelijk – meer kunnen dan de varianten die geld met persoonlijke data verdienen, maar iedereen kan ineens beschikken over een persoonlijke assistent van meer dan redelijke kwaliteit. 

“Maak een weekmenu voor 2 personen gebonden aan het seizoen in mei in Nederland met een lijst van alle ingrediënten. Zorg ervoor dat 4 van de 7 dagen geheel vegetarisch zijn.” Nou daar komt dan dus een heel mooi menuutje uit. Asperges, de hoeveelheden, een couscousgerecht. Alle ingrediënten keurig op een rij. 

Dat is nu allemaal nog heel leuk. Alleen wat gebeurt er als we steeds vaker voor het gemak kiezen en zelf stoppen met denken. Niemand zal meer zonder een persoonlijke assistent kunnen, zoals mensen ook gestopt zijn met het bijhouden van welke richting ze eigenlijk opgingen met hun meedraaiende kaartsystemen op hun telefoons.

“Schrijf een afspraak in mijn agenda voor 3 juni 2024 bij de tandarts.”

Misschien is het nú nog sneller dat zelf te doen, maar eigenlijk kon dit al, gewoon door te spreken tegen je telefoon. Alleen gaat (ging?) het nog best vaak net niet goed. 

“Maak een app om automatisch muziek uit films te halen bij passende moment voor een feestje met filmnerds.”

Of. Of. Of… Op den duur voor alles wat je niet zelf kunt. Of misschien wel kunt maar te lui voor bent. Of ook wel zou willen doen, maar zo snel moet dat je het toch niet zelf doet. Of, nog problematischer, een opdracht geeft voor iets dat je zelf, als mens, nooit zou doen omdat het gewoon te erg is. Te ranzig. Te fout. 

Dit verhaaltje had ik vast niet zelf hoeven schrijven. Ik ben er van overtuigd dat de structuur dan beter was geweest. Een echt begin-midden-eind. Maar misschien ook niet, als je toe had gevoegd dat het in de ‘stijl van Krijn zijn treinschrijfblog en observaties’ moest. 

De grote vraag is: waarom baart dit zoveel zorgen? Ik denk hierom: de essentie van mens zijn is communicatie tussen leden van de soort. We kunnen er donder op zeggen dat we spoedig slaaf zijn van kunstmatige intelligentie. Niet omdat we dat nu zo graag willen, maar omdat het kán. Iemand hoger in de boom kán nu zeggen: schrijf dertig teksten op een dag over onderwerp X of Y. De enige taak voor jou, als mens, is om te checken of de feiten nog kloppen. Tot ook die niet meer relevant zijn. En tot we dat ook niet meer kunnen. 

Mensen zijn, en dat is logisch, van nature lui. Je wil zo min mogelijk energie verspillen. De grootste groep zal zo min mogelijk willen doen. Een basaal minimum. Dat zie je over de hele wereld. Hoe minder mensen hoeven te kunnen, hoe meer ze vallen voor een constante stroom van entertainment.

We weten allemaal dat de uitspraak ‘use it or lose it’ ergens vandaan komt. Beweeg je nooit? Dan gaat je spierkracht achteruit. Nu wil ik niet in de ‘brein-als-spier’-vergelijking trappen, maar je moet je hersens wel af en toe gebruiken. 

Het vervelende is: de groep die deze systemen bedenkt is een groep die het erg prettig vindt om bezig te zijn met de activiteiten in de bovenkamer. Die groep is al op weg veel te veel invloed te krijgen. Niet omdat ze het slecht bedoelen, maar omdat ze het leuk vinden dit soort ingewikkelde systemen te verzinnen. Die groep verwijdert zich steeds verder van de rest, met alle gevolgen van dien. 

Uiteindelijk moest ik denken aan het dystopische boek ‘Mogelijkheid van een eiland’ van Michel Houellebecq. Tja, ik hoop dat het bij een boek blijft…

A high speed train, the Thalys, from Paris to Amsterdam on a rainy day with rays of sunlight beaming through the clouds. Location: middle of French countryside in springtime. ƒ 1,4, award winning photography, by Greg
Prompt: A high speed train, the Thalys, from Paris to Amsterdam on a rainy day with rays of sunlight beaming through the clouds. Location: middle of French countryside in springtime. (Imajin, 3 mei 2023)

Ruimte, voor wie?

Image of an open space in a dense city with a lot of shrubbery, foliage and trees Photojournalism, award winning, photo of, magazine photograph, technicolor

De afgelopen tijd is het debat rond de auto, fiets en andere vormen van vervoer stevig opgelaaid. De een wil ruimte voor de fiets, de ander voor de auto. Het lijkt een constante status quo. In het debat lijken twee kampen te bestaan: een autokamp en een fietskamp. Alle andere kampen vallen voor het gemak onder het fietskamp, namelijk: relatief langzaam vervoer.

Hierdoor lijkt het soms te gaan om vaststaande tegenstellingen, terwijl we juist naar de toekomst zouden moeten kijken, een toekomst waar we allemaal hopelijk als doel hebben om een fijner en beter leven te leiden dan nu.

Belangrijk om daarbij te bedenken is dat vrijwel alles waar het hier om gaat niet vaststaat. Het zijn geen natuurwetten. Het zijn keuzes. Politieke keuzes. Beleid.

Door stevige lobby’s en beleid van de afgelopen 100 jaar lijken bepaalde dingen zo te horen, zoals auto’s op straat, in de openbare ruimte. Gelukkig is er niet dat stelt dat het zo hoort. De meeste zaken liggen niet vast. We vormen ons leven om bepaalde mogelijkheden heen. Komt het er dan simpelweg op neer dat we mogelijkheden anders moeten gaan indelen? Is het zo simpel?

In feite wel natuurlijk. Alleen zijn er om de huidige status quo veel belangen ontstaan die het lastig maken om stappen te zetten. Ook weten we dat goedbedoelde plannen voor de toekomst lang niet altijd resulteren in de van te voren bedachte resultaten, denk aan de goedbedoelde indeling van het dorpje Nagele in de Noordoostpolder.

Files en ruimte

Terug naar het onderwerp: het ruimteprobleem in onze woonomgeving. Onlangs is er veel te doen geweest over auto’s in de stad en de bijkomende automobilisten. Het ging over fietsen, (te) snelle elektrische fietsen, brommers die zich als fiets vermommen, scooters, allerlei voertuigvormen die door elektrificatie ineens weer van stal gehaald zijn. En natuurlijk de mens zelf. Als voetganger, als chauffeur, als bestuurder van fietsen, steps, mini-autootjes en wat al niet meer.

Zelfs mét al die ruimteproblemen blijken velen geen afscheid te willen nemen van hun auto in z’n huidige vorm. De ANWB vond zelfs recent dat het maar een idioot idee is van de stad Amsterdam om auto’s en bijbehorende files uit de stad te willen weren. Het zou maar zorgen voor meer files op de A10 Zuid…

Op zich zou dat laatste geen probleem moeten zijn. Door steeds makkelijker bestuurbare auto’s is in de file staan zelfs niet meer irritant. Binnenkort hoef je helemaal niks meer zelf te doen in de file. Dus, who cares?

Nou, best veel mensen. Vrijwel iedereen lijkt zich op te winden over iets in de stad. Geen ruimte is voor velen een groot probleem. Daar is vooral de auto debet aan. Ze zorgen voor een significant slechtere leefomgeving, elektrisch of niet. Je zou zeggen: 1+1=2, hop die auto uit de stad. Verzin iets nieuws. Maak openbaar vervoer beter, maak verbindingen naar snelwegen beter, zonder dat je daar een auto voor nodig hebt. Doe iets. Zou je denken.

Het basisprobleem: ruimte

Toch gebeurt dat niet. Elke keer wordt niet naar het basisprobleem gekeken: ruimte. Vervolgens wordt iets geopperd wat het leven van de niet-autorijdende mens in de stad verslechtert. En dat is vreemd.

Door onze gewenning aan de auto als onoverkomelijk kwaad, is het lastig om verder te kijken. Stel, verder van je werk wonen is tussen stadscentrum en stadscentrum vrij makkelijk: je pakt een trein van centrum naar centrum. Woon je buiten het centrum, dan gaat het al snel wringen: fiets je naar een station of pak je een auto? Moet je van buitenwijk naar buitenwijk, tja, dan is het steeds lastiger om dat goed te komen. Infrastructuur is onduidelijk. Kom je er nou wel of niet met een (snelle) fiets? Is er überhaupt werkend OV?

Een stad zou zo ingedeeld moeten zijn dat elk onderdeel makkelijk te bereiken is zonder auto. Dat heet ook wel een ‘atomic city‘, tegenwoordig ook wel de 15-minutenstad. Dit is een stad waar alle essentiële functies bereikbaar zijn binnen 15 minuten*. Nu kan dat in Amsterdam op zich wel, maar dan moet ik een huurauto pakken om via de ring in zo’n 17 minuten aan de andere kant te zijn.

Stel, je zou de ring grotendeels gebruiken voor een slim ingedeeld bussysteem in plaats van individuele auto’s? Dan hoef je ook geen extra metro te bouwen die precies daar weer terecht komt.

Beleid en politieke keuzes

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Image of an open space in a dense city with a lot of shrubbery, foliage and trees Photojournalism, award winning, photo of, magazine photograph, technicolor
Beeld: Imajinn AI

Als laatste, stel je richt je leven in op andere afstanden, dan verandert leven en werk ook mee. Als je ouders op 2 uur rijden wonen, ga je daar misschien regelmatig naartoe met de kleinkinderen. Wonen ze in midden-Frankrijk, dan doe je dat veel minder vaak. Word je daar zelf heel veel minder van? Nee. Als je leven anders in elkaar zit, dan plan je anders. Wordt het daar slechter van? Misschien zelfs wel veel fijner: meer groen om de hoek, meer frisse lucht, minder hangen in een kuipstoel van je auto.

De wereld zoals ie nu is ingericht staat niet vast. Laten we verder denken dan nu. Laten we onze leefwereld vele malen fijner maken dan ie nu is. Dat vraagt beleid, dat vraagt om politieke keuzes. Maar vooral vraagt dat om durven denken aan de toekomst.

* Met de kanttekening dat het klinkt alsof dit een one-size-fits-all-oplossing is. Dat is het niet en vraagt overal om een andere benadering (tekst iets aangepast omdat het leek alsof je overal in de stad binnen 15 minuten moest kunnen zijn, dat is vaak fysiek natuurlijk al onmogelijk).

Het Type Folio voor reMarkable 2

A hand holding a reMarkable 2 with a type folio. Including the draft text of the article the photo accompanied.

Gekke ontwerpkeuzes in software maken ze soms daar bij het Noorse reMarkable, toch bevalt de fysieke kant van hun schrijftablet nog steeds goed.

Schrijven zonder afgeleid te worden is het motto van het bedrijf en dat doen ze goed, hardware-wise. Schrijven of tekenen op het apparaat met de pen gaat fijn en de kunstmatige intelligentie in de cloud weet ook mijn hanenpoten goed om te zetten in veel leesbaarder tekst.

De software, dat weet ik nog niet zo goed. Die werkt over het algemeen snel en soepel, maar mist bepaalde dingen die zo logisch lijken dat je je afvraagt wie de bètatesters zijn. Gelukkig is het geheel gebaseerd op Linux, een basis voor vele opensourcebesturingssystemen. Dit betekent dat je er ook zelf goed in kunt prutsen, als je dat graag zou willen. Althans, in theorie. ReMarkable heeft zijn eigen schil over dit OS heen gelegd. Dat is mooi! Denk je dan. Dan kan ik alles! Maar dat valt een beetje tegen.

Gelukkig zijn er mensen die een stuk beter zijn in het hacken van Linuxsoftware dan ik, dus die hebben al mooie hacks gemaakt, of applicaties om dingen meer aan je eigen smaak aan te passen. Want, zoals ik al zei: er schort wat aan de logica. Nee, niet in het schrijfgedeelte zelf. Een type pen meer of minder, tja, voor de purist misschien. Het gaat mij meer om heel basale zaken die niet kunnen. Of wel kunnen, maar alleen via een door iemand anders gefabriceerde hack.

Neem het sturen van je werk naar een e-mailadres. Je kunt via een zeer basale interface een soort van ‘e-mail’ sturen met je werk als attachment in de vorm van een PDF, PNG, SVG, of, sinds dit nieuwe toetsenborddingetje, als tekst in de mail-body zelf.

Wat je niet kunt is e-mailadressen die je ooit gebruikte, weghalen uit het lijstje adressen… Dat kan wel via een programmaatje dat al maanden geen update heeft gehad op GitHub. De vraag is of dat ook nog kan met softwareversie 3.x, waar ik nu op zit om van het nieuwe toetsenbord gebruik te kunnen maken.

Toetsenbordgekkigheden

Om dan direct even bij het nieuwe kleinood te blijven: je kunt wel verschillende toetsenbordtalen instellen, maar niet US International, de soort die zo handig is voor talen als de onze zodat je letters met trema’s en andere accent-dingessen makkelijk kunt plaatsen op of onder bepaalde (mede)klinkers. Of het euroteken. Met ctrl-alt-spatiebalk kun je wel enkele veelgebruikte ‘vreemde’ tekens tevoorschijn toveren. Overigens trema’s en dergelijke zijn er wel, die hebben een speciale plek op het toetsenbordje gekregen, direct onder de backspace-toets. Toch een soort van US International, voor tienvingertypers niet heel praktisch. Ik zou dan heel graag weten waaróm een keuze dan zo gemaakt is?

A hand holding a reMarkable 2 with a type folio. Including the draft text of the article the photo accompanied.
reMarkable 2 met Type Folio

Komen we bij het laatste punt waar ik moeite mee heb: het kopiëren van bestanden naar de reMarkable. Dat kan via hun cloud, dat gaat redelijk goed, of via USB, dat gaat soort van oké. Niets doet het echt makkelijk. Soms wil je gewoon dat ie als USB-drive functioneert, zoals mijn oeroude ebook. Er mist bijvoorbeeld in alle verbindingssoftware van het bedrijf zelf iets simpels als een voortgangsbalk voor up- of downloaden van bestanden. Zeker bij grote bestanden zou dat heel fijn zijn. Het blijkt dat ie dus wel blijft kopiëren naar het apparaat of via de cloud, maar je ziet het niet. Een grote PDF kan zomaar meerdere minuten in beslag nemen en dan is het wel zaak niet de computer af te sluiten van de cloud of de USB-kabel te ontkoppelen.

Community? Nee, niet gezien

Het laatste waar ik me over verbaas: het is in zichzelf een Linuxcomputer, maar er is geen native ondersteuning voor Linuxdistributies in hun eigen software. Als je bijvoorbeeld Ubuntu gebruikt, moet je via Wine de Windowssoftware installeren. Die crasht best vaak. Gelukkig maken de hackende enthousiastelingen wel Linuxapps, helaas niet het bedrijf zelf.

Waarom? Denk je dan.

Heel veel handigheden, zoals het snel wisselen van taal, zitten niet op een handige plek in de menu’s (wel als je het ding ‘hackt’ met bepaalde software).

Hoezo?

Ik begrijp dat je als bedrijf niet op alles wat mensen van je willen kunt reageren, maar ze hebben nergens iets van een community of een GitHub of iets anders waar je met de community bepaalde vragen kunt stellen en op de hoogte blijft van het reilen en zeilen rond een megapraktische gadget die je als het goed is jaren wil blijven gebruiken. Het communityforum bij Fairphone is bijvoorbeeld echt heel handig als je moeilijke vragen rond die telefoon hebt. Misschien een iets ideologischer ingestoken bedrijf, maar zeker commercieel.

Voor mijn gevoel ligt daar een gemiste kans en mij frustreert het ook bij tijd en wijle dat ze volstrekt onbereikbaar lijken.

Desalniettemin, de hardware is heel fijn en goed uitgevoerd. Het toetsenbord heeft een fijne aanslag en voelt stevig aan. Je kunt goed tikken op je schoot. Het toetsenbord is nauwelijks dikker dan de normale omslag, waardoor het praktische gebruik hetzelfde blijft. Een mooie uitbreiding op een apparaat dat ik al sinds november 2020 heb en veel gebruik.

Naschrift: kost dat? Tja, het is best een prijzig apparaat, de basis kost 350 euro, daar moet nog een pen bij en dan wil je natuurlijk die met de ‘gum’: 100 euro. Dan heb je nog een sleeve of iets nodig. Die beginnen bij 70 euro. Dus minimaal 520 euro, ex verzendkosten. De Type Folio is 200 euro (dan heb je overigens geen andere sleeve of folio nodig, dus dat scheelt iets). Al met al zit je dan, met Type Folio, op 650 euro, ex verzendkosten. Nu kon ik de Type Folio in de ‘aanbieding’ krijgen als early adopter en bestelde hem direct omdat ik na zoveel jaren gebruik het voordeel er van zag. Het is geen vervanging voor een volledige laptop of tablet-met-apps-gericht-op-altijd-online-zijn (en afgeleid te worden) maar om gericht documenten te lezen, geconcentreerd te schrijven of gewoon aantekeningen te maken zonder afgeleid te worden door constante berichtenstromen.

Het ding weegt met pen: 418 gram, met folio en pen 606 gr en met het nieuwe type folio en pen 875 gr. Mijn laptop weegt 1075 gr, maar daar moet je eigenlijk altijd een oplader voor meeslepen (minimaal 310 gr, lader voor reMarkable: een kabeltje met USB-c en elke USB-poort die maar energie wil leveren).

Alles dat ik steeds niet doe

Voornemens heb ik altijd. Dagelijks. Die ene Coursera-cursus nu écht afronden. Dat verhaal nu schrijven. Iets anders onderzoeken. Soms gebeurt er ook echt iets en vaker niets. Het blijft bij malen. Of ik schrijf wel iets klad, verwerk het weken later een keer op de computer om het vervolgens nooit goed genoeg te vinden.

Mijn grootste ergernis is dat zaken waar ik me echt over opwind, zoals samen leven in een samenleving, onze sociale mensenwereld, zo complex zijn dat je nooit de juiste snaar weet te raken. De ene keer kun je heel erg boos op iets zijn, de volgende keer zie je met nuance dat het allemaal toch helaas weer anders ligt. Je verhaal is daarmee afgezwakt, of, nog erger, niet meer waar.

Veel columnisten lijkt dat niets uit te maken. Sommigen moeten zelfs dagelijks hun gal de wereld in spuwen. Dan wordt het wel lastig om de boel elke keer toch een beetje te laten kloppen.

Mijn grootste ergernissen heb ik meestal op de fiets. Ook de plek waar ik de beste plannen voor goede ideeën krijg. Of de beste ideeën voor goede plannen, daar wil ik even vanaf zijn. Ergernissen in het spitsfietsverkeer zijn er genoeg. Auto’s (die steeds groter en gevaarlijker worden) en te snelle e-bikes die vermomde scooters zijn (‘fatbikes’) staan met stip op één.

Die twee dingen hebben beide vooral met ruimte te maken. Ruimte die individuen vinden die ze mogen innemen in de publieke ruimte. Ruimte waarvan ze vinden dat ze er recht op hebben. Sommigen durven nog iets te mompelen dat het met innovatie te maken heeft. Ja, ammehoela. Een elektrische auto ter grootte van drie Volkswagen Golfs van vroeger….

Dan heb ik twee opties: of ik schrijf er iets chagrijnigs over of ik ga het echt onderzoeken om vervolgens tot de conclusie te komen dat er gek genoeg helemaal niet over een socialere, inclusievere toekomst nagedacht wordt en dat het aldoor maar blijft gaan om geld.

Och ja, zeggen mensen dan, maar je kunt al bijna de stad (Amsterdam in mijn geval) meer in met de auto. Dat is dus niet waar. Er zijn vooral veel parkeergarages bijgekomen en daar weten al die mensen nog steeds hun weg naar te vinden. Elke dag een enorme file naar de Bijenkorfparkeergarage toe. Meer auto’s in de Pijp door de ondergrondse garage onder het water.

En waarom ook al weer? Niemand die het meer weet. Waar is de langetermijnvisie gebleven in onze maatschappij? Een blik naar voren, vér naar voren. Het bouwen aan een echte toekomst, eentje die kan bestaan? Eentje waar pseudowetenschap alle kanten op niet de overhand in het debat lijkt te hebben.

Nou ja, dat dus. Het was geen voornemen dit te schrijven. Ik laat het staan, als geheugensteuntje voor mijzelf in de toekomst.

Fietsers, verlicht uw weg, niet uw tegenligger!

Tekeningetje met fietslampafstellingen waarvan een verblindt en de ander niet

Was er een tijd dat men te weinig licht voerde of vaak zelfs helemaal geen, is het nu andere koek. Bestond de gemiddelde SwapFietslamp vroeger uit een zwak ledje bevestigd aan de voor- en achteras, dat is nu anders: onder de voorbagagedrager zit een krachtige ledlamp die over het algemeen tegenliggers verblindt in plaats van de weg vlak voor de berijder bij te lichten.

Bij de HEMA haal je nu voor € 7,50 een setje met lampjes die je door de lensjes ook onaangenaam kunnen verrassen als het in het donker je tegenstander is:

Het SMD LED heeft een extra felle en sterke lichtbundel door de lens. De bovenkant kun je indrukken om het lampje aan en uit te zetten. Ze hebben twee lichtstanden: 100% en eco 50%. Het ene lampje heeft een witte kleur en de andere een rode.

Bron: HEMA-site

Gelukkig is er een vrij simpele oplossing: let op of je je eigen lichtbundel een meter of wat vóór je eigen fiets ziet. Niet? Duw je lamp naar beneden. Kan echt iedereen. Onze oosterburen hebben er mooie postertjes voor en ook de Nederlandse fietsersbond probeert het idee aan de man (m/v/a) te brengen.

Tekeningetje met fietslampafstellingen waarvan een verblindt en de ander niet
Fietslampafsteltekeningetje

Toevoeging vrijdag 2 december 2022: boete bij verkeerd afgesteld licht is 60 euro, feitencode R 438, zie ook de Wetten-site van de overheid.